Home
           
 
Maart 2008 Overzicht ervaringen Maart 2008 Overzicht ervaringen Januari 2008 January 2008 Februari 2008 Maart 2008 Februari 2008 April 2008 April 2008 Mei 2008 Mei 2008 Juni 2008 Juni 2008 Juli 2008 Juli 2008 Augustus 2008 Augustus 2008 September 2008 September 2008 Oktober 2008 Oktober 2008 November 2008 December 2008 December 2008 November 2008

Maandag, 15 september 2008

Dinsdag, 16 september 2008

Woensdag, 17 september 2008

Donderdag, 18 september 2008

Vrijdag, 19 september 2008

Zaterdag, 20 september 2008

Zondag, 21 september 2008

Maandag, 22 september 2008

Dinsdag, 23 september 2008

Woensdag, 24 september 2008

Donderdag, 25 september 2008

Vrijdag, 26 september 2008

Zaterdag, 27 september 2008

 

Donderdag, 4 september 2008

    Om waar te nemen voor een met vakantiegaande collega vliegen we vandaag naar Lake Naivasha, Kenia. Vanaf Jomo Kenyatta Airport zoeken we onze weg dwars door Nairobi richting de Rift Valley. Kilometerslange files, vrachtwagens met pech en veel bedrijvigheid langs de weg; eigenlijk gewoon een typisch Afrikaanse stad. Hoewel Kampala vergeleken deze wereldstad volkomen in het niet valt!
    Eenmaal Nairobi uit en van de snelweg af nemen we de panoramische route via de escarpment. Hoewel het natte seizoen nog maar net voorbij is, is het landschap opmerkelijk droog. Verheugd ontdekken we het eerste wild, maar zien ook een tentenkamp voor vluchtelingen van de Luo stam; inwoners die blijkbaar niet in staat zijn om naar hun huizen terug te keren...

    Het guesthouse van Van Zanten dat voor ons ter beschikking staat, is een vergrote versie van ons eigen huis in Oeganda. Het is zeer ruim, met drie slaapkamers, twee badkamers en een gezellige woonkamer met open haard. De overdekte veranda kijkt uit op een grote tuin, netjes onderhouden en kleurrijk door de sproeiers die dagelijks aan staan. De tuin wordt enkel door rozenvelden van het meer Naivasha gescheiden. Wanneer we hier aan het eind van de middag een kijkje nemen zien we dat, op een houten hekwerkje na, er nauwelijks een afrastering bestaat om een ongewenste ontmoeting met een nijlpaard midden tussen te rozen te voorkomen. We naderen het meer tot op zo'n 50 meter van de oever maar aarzelen om dichterbij te komen, aangezien er aan de rand al een hippo in het ondiepe water ligt. Iets verderop langs de oever staan pelikanen en wie weet welke dieren er zich nog meer tussen het papyrus bevinden. Naast de talrijke kassen, die grotendeels het beeld van Naivasha bepalen, is er dus ook genoeg wild en natuurschoon terug te vinden. De Longonot die scherp tegen de blauwe lucht afsteekt, de glooiende heuvels rondom het meer en de grillige Aberdare bergketen in de verte. Geen verkeerde plek om voor een weekje in te vallen!

 

Zaterdag, 6 september 2008

    De dagen in Naivasha zijn zonnig en heet, maar de nachten erg fris! Hoewel we ook hier vroeg wakker zijn, is het door de kou toch een stuk moeilijker om het behaaglijk warme bed te verlaten. Maar we hebben het geluk dat tegen een uur of acht het vroege ochtendzonnetje de veranda al enigszins heeft verwarmd en we heerlijk buiten kunnen ontbijten.
    Zaterdagmiddag rijden we met de auto een stuk langs de zuidelijke kant van het meer. Wild spotten kost geen enkele moeite want de gazelle's, zebra's, giraffen en zelfs elanden lopen gewoon langs de verharde weg. Na nog wat gedronken te hebben in het favoriete Crayfish Camp, besluiten we 's avonds te gaan eten bij het nabijgelegen Simba Lodge. Het is een luxe lodge, waarvan de bar uitzicht biedt op een met acaciabomen begroeide tuin waarin waterbucks, giraffen en waarschijnlijk nog meer wild rondloopt. Samen met een groep Japanners en een handjevol Kenianen maken we gebruik van het uitstekende en uitgebreide buffet. En tegen 21.00 uur zijn we al weer thuis. Toch wel wat anders als een hapje eten in Kampala!

 

Zondag, 7 september 2008

    De vrije zondag benutten we graag om weer wat meer van de Rift Valley te zien. Via een strakke asfaltweg (zonder wegwerkzaamheden deze keer!) rijden we in een klein uurtje naar Nakuru. Onderweg zien we weer verrassend veel dieren. Impala's grazen vredig tussen koeien en zebra's staan langs de kant van de weg ongeduldig te wachten om naar het groenere stukje aan de overkant te kunnen gaan. Vanuit Nakuru nemen we de weg langs de Menengai Crater richting Mount Kenya. Het is een prachtige route door een diepgroen gebied, bebost en bergachtig. Thee- en koffieplantages worden afgewisseld met uitgestrekte maïsvelden en terwijl we via een slingerende weg steeds hoger komen, hebben we uitzicht op een brede vallei bezaaid met dorpjes. We passeren de evenaar; niet één, niet twee maar liefst drie keer! Het lijkt ons vreemd dat de weg zo'n rare kronkel maakt, dus zullen de bordjes wellicht niet allemaal even waarheidsgetrouw zijn geweest.

     Na circa één uur bereiken we de bekende Thomson's Falls, gelegen op 2360 meter hoogte en net aan de rand van het stadje Nyahururu, één van de hoogstgelegen plaatsen in Kenia. De waterval wordt gevormd door de Ewaso Narok River en valt 72 meter omlaag in een kleine, door bomen omgeven poel. Er is een platform om de waterval te bewonderen en daarnaast zijn er wat souvenirskraampjes en lokale mannen opgedofd in "authentieke" kledij. Toeristen zijn er echter nauwelijks te bekennen; de meeste bezoekers zijn Kenianen, of Indiërs, die hier hun vrije zondag al picknickend doorbrengen.
    We drinken wat op het terras van de Thomson's Falls Lodge en besluiten om weer terug te keren naar Nakuru Town zodat we het nationaal park nog even in kunnen. De lunch wordt genuttigd bij het inmiddels bekende Hotel Kunstle en om 14.00 uur rijden we de gate van het Nakuru National Park al binnen. Ditmaal helaas géén camera om mooie plaatjes vast te leggen, in verband met een lege accu die weigerde op te laden, dus zullen we het met enkel herinneringen moeten doen. Ongetwijfeld zijn we de enige bezoekers in het park zonder fototoestel!
    We rijden een rondje langs het meer met vele, ietwat roze gekleurde pelikanen, dieproze flamingo's en soms bijna witte buffels, van de opgedroogde modder. Al snel zien we ook de eerste neushoorns - niet bepaald een dier dat je kunt overslaan in dit nationaal park! - grote kuddes zebra's en vele elanden. In tegenstelling tot de dichtheid van dieren is het qua safariauto's opvallend rustig. Medetoeristen zijn op één hand te tellen en zelfs de Baboon Cliff is geheel verlaten! Maar iets na 16.00 uur, alsof er een startsein heeft geklonken, duiken er plotseling van alle kanten safaribusjes op. Tijd voor de avond game drives!

Naar boven

Dinsdag, 9 september 2008

    Eerder dan gepland komt er een einde aan het bezoek aan Naivasha. Hoewel de vlucht oorspronkelijk voor morgen geboekt stond, is Bas nu weer nodig op de farm in Oeganda en vliegen we vandaag al terug. Jammer, al kunnen we de extra dag goed gebruiken om zaken op orde te krijgen, nog wat kleren te wassen en de uitgepakte spullen meteen weer in te pakken voor de volgende reis: Botswana!

 

Zaterdag, 13 september 2008

    Na een voorspoedige vlucht landen we om 11.00 uur op OR Tambo in Johannesburg, waar twee imposante mannen, strak in pak, ons opwachten. De kans om dit keer wat meer van de stad te zien, lijkt ons niet gegund want we rijden via de snelweg direct naar een grote shopping mall, waar op de parkeerplaats een safariauto mét aanhanger al staat te wachten. De auto is in gezelschap van Seagul, onze chauffeur/gids voor de komende weken, en twee stellen uit Europa. De Duitse Tanja en Alex zijn van onze leeftijd en komen voor hun eerste kennismaking met Afrika. Kurt en Brigitte, een echtpaar van 50+ uit Wenen, hebben daarentegen wel al heel wat van de wereld gezien. Na een korte begroeting vertrekken we richting onze eerste bestemming van de reis: Waterberg, gelegen in het noorden van Zuid-Afrika en op zo'n vier uur rijden van Johannesburg.

    Vanaf de parkeerplaats volgen we twee uur lang de snelweg. De omgeving doet vrij Europees aan, mede dankzij de achtbaanse snelweg. We wanen ons zelfs even in Nederland wanneer we de borden langs de weg passeren met Afrikaanse teksten zoals "parkering" en "plaas te koop". Terwijl we richting Pretoria rijden, krijgen wReisroute door Botswana en Zuid Afrika (klik hier voor een vergroting)e een eerste indruk van het Zuid-Afrikaanse landschap. Het is duidelijk een welvarende streek. Grote huizen worden afgewisseld met identieke rijtjeshuizen en witte mediterraanachtige woningen, omgeven door palmbomen. Hoe verder we het land in rijden, hoe heuvelachtiger het wordt. De grote huizen maken geleidelijk plaats voor kleine hutjes van golfplaten, om ten slotte geheel te verdwijnen in droge, met struiken begroeide vlaktes. Dit zijn de privé landgoederen waar koeien en geiten lopen en soms zelfs wild zoals struisvogels, impala's en andere antilopen.
    Om 14.00 uur houden we een korte lunchstop bij een fastfoodrestaurant waarna we vrijwel direct de snelweg verlaten en via Nylstroom verder het binnenland inrijden. De laatste 19 km leidt ons via een onverharde weg naar Yellowwood Game Lodge, midden in het gebergte van de Waterberg regio. Na een hartelijk ontvangst door de eigenaresse worden we naar onze chalets geleid en mogen we binnen 10 minuten weer in een (open!) safariwagen stappen voor een korte game drive door het privé reservaat.

    Het eerste wild dat we spotten zijn impala's en giraffen. Direct daarna volgt een ontmoeting met twee witte neushoorns. Het vriendelijke paartje neemt ons even nieuwsgierig op als wij hen en komt stap voor stap dichterbij. De chauffeur geeft pas gas als ze ons tot op zo'n vijf meter genaderd zijn.
    Ondanks de vele sporen en de relatief kleine oppervlakte van het reservaat, zien we vrij weinig. De neushoorns vormen duidelijk de grootste attractie en de chauffeur kan het niet laten om weer terug te keren naar de logge dieren, die zich inmiddels richting het hekwerk verplaatst hebben. Zijn geplaag werpt echter geen vruchten af want de neushoorns blijven onverstoorbaar staan kijken, tot ze uiteindelijk maar verveeld door gaan met grazen.
    Tegelijk met het dalen van de zon, die een rode gloed op de bergen achterlaat, zakt ook de temperatuur en is een warme douche voor het eten zeer welkom. Om 19.00 uur schuiven we als groep aan voor het diner. Bij het buffet worden we aangeraden om vooral de kudu te proberen. Dus nog vóór we de kans hebben gehad deze antilope goed en wel te bekijken, proeven we al van zijn - overigens smakelijke - vlees. Tijdens het eten amuseert Seagul ons met zijn safariverhalen en kleurrijke beschrijving van de (politieke) situatie in Botswana. Ondanks dat het Afrikaanse land qua oppervlakte niet onderdoet voor Frankrijk, telt het slechts 1,7 miljoen inwoners. Opmerkelijk is het feit dat maar liefst 25% van de bevolking tussen 15-49 jaar met HIV besmet is. Botswana is echter één van de meest stabiele landen in Afrika op gebied van politiek en economie, wat met name te danken is aan de rijkdom aan diamanten.

Foto's van Waterberg

Naar boven

Zondag, 14 september 2008

    Het is nog bar koud wanneer we om 06.30 uur voor het ontbijt verschijnen en een uurtje later richting Vaalwater vertrekken. Boerderijen staan her en der verspreid, omgeven door grote stukken land, en we maken een korte stop bij een "meat shop". Niet zomaar een winkel, maar één die voorziet in stukken kudu, orix en zelfs giraf, nijlpaard en olifant. En uiteraard moeten we ook hier proeven; een sterk gekruid stukje eland! We vervolgen onze weg en passeren vele Bonsmara koeien, Boerbokgeiten, en de schaarse, enigszins Amerikaans aandoende stadjes, terwijl we het laatste stukje naar de grens afleggen. En net wanneer we ons bedenken dat de safari's hier toch wel zeer professioneel georganiseerd zijn, deelt Seagul ons mee dat hij zijn documenten in Yellowwood Lodge heeft laten liggen. Dit betekent dat we weer 50 km terug moeten naar het laatste plaatsje, terwijl een medewerker van de lodge ons met de papieren tegemoet zal komen rijden.

    Met een vertraging van drie uur bereiken we vroeg in de middag Grobler's Bridge. Snel en soepel worden de formaliteiten afgehandeld. Het eerste dat we in Botswana doen is lunchen en wat geld wisselen. Het is tevens onze eerste ontmoeting met de inwoners van Botswana, de Tswana, maar vooralsnog vinden we ze niet bepaald vriendelijk en zelfs arrogant overkomen.
    Om 14.30 uur rijden we verder Botswana in. Het droge landschap gaat onverminderd door en ook de geasfalteerde weg blijft goed. De acacia's zijn nu echter vervangen door loofstruiken en de enkele huisjes die verspreid liggen, tonen gelijkenissen met de typisch Afrikaanse hutjes die we uit Oeganda kennen; ronde lemen hutjes met een grasdak. Ook het hekwerk langs de weg gaat onderbroken door. De eerste plaats van betekenis is Palapye, waar een extra lid aan het reisgezelschap wordt toegevoegd: de kok Six. We rijden door naar Serowe, een uitgestrekte stad waar drie van de vier presidenten geboren en getogen zijn, en volgen de weg tot de afslag naar Khama Rhino Sanctuary, onze eindbestemming voor vandaag.
    De Rhino Sanctuary beslaat zo'n 4300 hectare van de Kalahari Desert en is eigenlijk niet meer dan een weidse, droge zandvlakte begroeid met acaciabomen en -struiken. Het is tevens het gebied van de laatste 23 overgebleven neushoorns van Botswana, hoewel er verschillende inmiddels weer succesvol zijn uitgezet in Moremi Game Reserve. Onze campsite bevindt zich op enkele kilometers van de gate en is niet meer dan een zandbak met wat bomen. De tenten worden in een snel tempo opgezet en blijken verrassend ruim te zijn. Met bijna twee meter hoogte kunnen we er gemakkelijk staan en het biedt genoeg plaats voor twee stretchers, een tafeltje en onze rugzakken.
    Zodra het kamp staat, laten we Six achter en gaan met Seagul op game drive. We volgen de zandpaden langs kuddes zebra's, enkele elanden, wat kleine steenbokjes knabbelend aan struiken en uiteraard de witte neushoorns. Aangezien de zon hier al om 18.30 uur onder gaat, moeten we na een uurtje al terug keren. Eenmaal terug op de campsite treffen we een keurig gedekte tafel aan en krijgen we een heerlijk driegangenmaaltijd voorgeschoteld. In het zachte schijnsel van de volle maan, onder de kale takken van de Mokongwa Tree, genieten we van ons eerste diner in de bush, compleet met flessen wijn en gekoeld bier. Nadien verplaatsen we ons nog even naar de warmte van het kampvuur maar het wordt geen late avond. Om 21.30 uur trekt iedereen zich terug, zet Seagul zijn eigen tent op en maakt Six het zich gemakkelijk op het dak van de aanhanger.

Foto's van Khama Rhino Sanctuary

 

Maandag, 15 september 2008

    Een vroeg begin van de dag waarbij we vanzelf gewekt worden door Six die om 05.00 uur al in de weer is met het eten. Na een uitgebreid ontbijt met yoghurt, cornflakes en geroosterd brood, zijn we om klaar voor onze game drive. Het is nog een beetje fris maar de vroege ochtendzon verwarmt ons al snel. We doorkruisen het reservaat en zien verschillende witte neushoorns, giraffen, zebra's, springbokken, steenbokjes, kudu's met prachtig gekrulde hoorns, vele impala's en enkele gnoes.
    Tegen 08.00 uur zijn we terug op de campsite en na een snelle douche verlaten we het wildpark. De eerste 180 km leidt ons we door een eentonig landschap richting Orape. We passeren de Letlhakane Mines, de enige onnatuurlijke bergen in de omgeving en één van de natuurlijke bronnen van diamanten. Verder is het een semi-woestijn, met de opvallende afwezigheid van huizen, mensen en verkeer.
    De reis wordt enkel onderbroken door een koffie- en lunchpauze langs de weg en een korte stop bij een benzinepomp in het dorpje Letlhakane. Hier worden we aangeklampt door twee toeristen die willen weten of we een goede garage kennen, om hen gerust te stellen over het vreemde geluid dat hun huurauto maakt. Nee, een goede garage weten we hier ook niet. Na drie jaar Afrika zijn we er nog niet in geslaagd een goede garage in ons eigen land te vinden, laat staan dat we hen hier aan één kunnen helpen. We wensen het stel welgemeend succes in hun zoektocht, maar zijn heimelijk opgelucht dat dit soort problemen ons voor een keer bespaard blijven.

    Inmiddels is het kwik gestegen tot zeker 35 graden en is er geen wolkje aan de lucht die de brandende zon kan tegenhouden. Op weg naar Mopipi verlaten we herhaaldelijk de snelweg om een verborgen track naar de Rhysana Pan te vinden, onderdeel van de Makgadikgadi Pans. Voor vandaag staat er "bush camping" op het programma, maar Seagual lijkt het begrip "bush" wel heel letterlijk te nemen. Zonder aarzeling rijdt hij recht te struiken in, de aanhanger slingerend achter ons aan. Om vervolgens weer te moeten keren in het mulle zand en bochten te nemen van 90 graden, terwijl de takken met hun scherpe doorns langs de auto striemen.
    Na 20 minuten lang een zandpad gevolgd te hebben, komen we plotseling bij een farm uit - het teken dat we de goede weg hebben genomen. Iets verder rijdend houdt de stekelige begroeiing helemaal op en bevinden we ons aan de rand van de befaamde Pan. De zoutvlakte strekt zich voor ons uit tot aan de horizon en is enkel van december tot april gevuld met een laagje water. We rijden de pan verder in, zonder schijnbaar duidelijke eindbestemming. Het landschap is eindeloos, terwijl de zinderende hitte als een waas over de vlakte hangt. In de verte lijkt zich soms een waterplas te vormen, maar dit is slechts een illusie. Er is helemaal NIETS...
    Na een half uur over de vlakte dwalen, waarbij we één kleine kudde koeien passeren, worden we uiteindelijk gedropt op één van de 'eilandjes', bedekt met lang geelachtig gras en kale bomen. Zes stoelen worden tevoorschijn gehaald en keurig in de schaarse schaduw neergezet, waar we het heetste gedeelte van de dag mogen uitzitten. In de tussentijd gaan onze gidsen enkele kilometers verderop het tentenkamp opzetten. Hoewel we hun bezigheden met de verrekijker aardig kunnen volgen, worden we aangenaam verrast wanneer Seagul ons om 17.00 uur komt ophalen. De tenten zijn opgezet, de bedden opgemaakt en de tafel, die plompverloren midden op de vlakte neergeplant lijkt te zijn, is gedekt met koffie, thee en koekjes. Een uurtje later kunnen we genieten van een prachtige zonsondergang. De zon verdwijnt als een rode bal achter de horizon, zo snel dat je 'm letterlijk kunt zien zakken, en slechts een roodroze gloed achterlatend. Tegelijkertijd is in het oosten de maan langzaam opgekomen.
    Het diner bestaat weer uit een heerlijk driegangenmaaltijd en hoewel het voelbaar afkoelt is het wederom niet zo koud als de avond ervoor. De maan verspreidt een mysterieus licht over de vlakte en in de verte lijkt het water van meer te glinsteren; in werkelijkheid is het 't wit van het zout dat oplicht. Al met al een vreemde, maar fantastische gewaarwording dat we de enige mensen in de omgeving zijn, in een heel aparte wereld en ver van de beschaving!

Foto's van Makgadikgadi Pans

Naar boven

Dinsdag, 16 september 2008

    Hoewel wij de enige stervelingen in de wijde omtrek dachten te zijn, ontdekken we 's ochtends toch sporen van nachtelijke bezoekers: paarden die tussen onze tenten door hebben gelopen. En terwijl we aan ons ontbijt zitten, heeft de volle maan inmiddels plaatsgemaakt voor de opkomende zon, die met haar zachte stralen de vlakte langzaam verlicht.
    Rond 07.40 uur rijden we de Pan uit en vinden we zonder problemen het zandpad naar de grote weg richting Rakops. Het landschap blijft troosteloos; vlak, dor en grijs, met als enige afwisseling kale struiken en keien. Hoe verder we naar het noorden rijden hoe groener het echter wordt. Het struikgewas gaat meer leven tonen, hier en daar staan groepjes groene bomen en typisch Afrikaanse hutjes liggen verspreid door het gebied. Ook loopt er meer vee langs de weg en moeten we herhaaldelijk afremmen voor op hun gemak overstekende koeien en paarden.

    Om de Khumaga Gate van het Makgadikgadi Pans National Park te bereiken moeten we eerst de Boteti rivier doorsteken die sinds de jaren '90 droog staat. Ooit stond dit hele reservaat, samen met de Pans, onder water en vormden het onderdeel van Lake Makgadikgadi - het grootste binnenlandse meer van Afrika. Tegenwoordig staat het gebied echter helemaal droog, op een paar kleine poelen in de vallei na.
    De campsite bevindt zich op een kilometer of twee van de gate. Onderweg zien we al behoorlijk wat wild en de schade die door olifanten is aangericht. Omdat het te heet is om verder nog iets te doen behalve het kamp op te zetten en te lunchen, nemen we het voorbeeld van de dieren aan en houden we siësta voor het grootste gedeelte van de middag.
    Tijdens een avond game drive volgen we een pad door de droge rivierbedding. De top van een klif biedt ons een prachtig uitzicht over de vallei. En eindelijk ontdekken we onze eerste olifant van de safari - en zeker niet de laatste! - eenzaam wandelend in de bedding. Wat later spotten we vele zebra's en gnoes, die vreedzaam bij elkaar grazen, zien we giraffen, steenbokken en wrattenzwijnen, en enkele nijlpaarden die zich in de kleine waterpoelen ophouden. Met een prachtige zonsondergang rijden we langzaam terug naar de campsite voor het avondeten. Het nachtelijke kampvuur en de sterrenhemel maken de prachtige safaridag compleet...

Foto's van Makgadikgadi National Park

 

Woensdag, 17 september 2008

    In de loop van de ochtend arriveren we in Maun, een langgerekt, stoffig stadje en de poort naar de Okavango Delta en andere nationale parken in het noorden. De lemen hutjes langs de weg staan in schril contrast tot de moderne gebouwen in het centrum. Ditmaal overnachten we op de campsite van het Sedia Riverside Hotel, een vrij luxe hotel compleet met zwembad, restaurant en ruime kampeerplekken met moderne voorzieningen. De tenten worden in recordtempo opgezet, waarna we direct weer naar het centrum terugkeren. Omdat onze binnenlandse vlucht niet voor 16.00 uur vertrekt, hebben we een aantal uurtjes ter vrije besteding. We nemen een vroege lunch en de rest van de middag slenteren we door het centrum en drinken we wat op één van de terrasjes. We verbazen ons over het grote winkelaanbod; alleen Maun telt al meer supermarktketens dan héél Oeganda bij elkaar!

    Netjes op de afgesproken tijd melden we ons bij Kavango Air, op het minuscule vliegveldje van Maun. Er staat een Cessna (5-seater) ter onze beschikking en na de formaliteiten stijgen we vakkundig op. Al snel laten we Maun achter ons en vliegen we boven de Okavango Delta, op zo'n 500 ft (150 meter) hoogte.
    De 1430 km lange Okavango Rivier vindt zijn oorsprong in Angola en stroomt via de Namibische Caprivi Strip Botswana binnen. Hier wordt de rivier opgeslokt door het Kalahari zand en gaat verloren in een gebied van lagunes, kanalen en eilanden. Met een oppervlakte van 16.000 km² - bijna de helft van Nederland - is de Okavango de grootste inlanddelta ter wereld. Bovendien doet het water er een half jaar over om vanuit Angola het zuidelijkste puntje bij Maun te bereiken, met als gevolg dat juist in het droge seizoen er veel water is en in de regentijd het waterpeil laag staat.

    Hoewel we zonder meer naar deze excursie hadden uitgekeken, is het een spectaculaire vlucht die zelfs onze verwachtingen overtreft. Het doolhof van waterwegen strekt zich onder ons uit; droge, kale eilandjes afgewisseld met diepgroene moerasgebieden. We zien paden in het water eindigen en 50 meter verderop er weer uitkomen, en we krijgen een glimp te zien van het dierenrijk dat juist in deze (droge) periode naar de Delta toegetrokken is: grote kudde's buffels, olifanten in groepjes of alleen, zebra's aan de waterrand, giraffen en nijlpaarden. Het is een absoluut adembenemend zicht op dit natuurwonder en een magische ervaring om een blik te werpen in een anders zo verborgen wereld.
    Toch betreuren we het niet wanneer onze piloot de Cessna na één uur weer netje aan de grond zet. De temperatuur in het kleine vliegtuigje leek met de minuut te stijgen en opgelucht ademen we weer frisse lucht in. Seagul staat ons al op te wachten om gezamenlijk naar de campsite terug te keren voor het avondeten. En terwijl onze gidsen zich na de afwas razendsnel uit de voeten maken - waarschijnlijk voor een laatste afspraakje voordat we de bewoonde wereld achter ons laten - halen wij nog eens herinneringen op aan de prachtige belevenissen vanuit de lucht.

Foto's van Okavango Delta

 

Donderdag, 18 september 2008

    Onder het mom van 'we laten jullie vandaag een keer uitslapen', vertrekken we vandaag pas rond een uur of 08.00 en na de laatste boodschappen in het centrum verlaten we Maun en gaan we op weg naar Moremi Game Reserve. Dit reservaat is voor ongeveer eenderde deel van de Okavango delta, met veelal moerasgebied, maar ook mopane bosland, savanne en dichte wouden. Bovendien is het één van de beste gebieden in Afrika om wild te spotten.

    Het duurt niet lang voordat de verharde weg abrupt ophoudt en over gaat in een gravelweg. Het landschap is nu al weer wat groener en veel beboster dan we in de afgelopen dagen hebben gezien, met veel omgeknakte bomen en een deken van bruine bladeren op de grond. Regelmatig zien we tekenen van de aanwezigheid van olifanten, maar ook al bevinden we ons nu in het reservaat, er valt nog weinig wild te zien. Na een koffiepauze bij de South Gate leggen we de laatste kilometers af naar de Xakanaxa Campsite, onze verblijfplaats voor de komende twee nachten. Aan de rand van het moeras, in de schaduw van een immense Sausage Tree, zetten we onze tenten op en houden we een paar uurtjes rust voordat we in de loop van de middag onze eerste game drive in het beroemde Moremi gaan maken.

    Al snel nadat we de campsite verlaten zien we de eerste olifanten; solitaire stieren die rustig langs het pad staan te kauwen. Seagul rijdt ons door een prachtige omgeving: bossen, dan weer savanne, afgewisseld met kleine poelen of moeras waar groen de boventoon voert en dus grote aantallen dieren trekt. Naast de watervogels zoals de felgekleurde Saddle-billed Stork, pelikanen en eenden, zien we vele impala's en kudu's. Geheel onverwacht stuiten we op een troep leeuwen, die lui onder een boom ligt. De familie bestaat uit één volwassen mannetje, een drietal vrouwtjes en maar liefst acht welpen van verschillende leeftijden. Allen zijn in diepe rust, alleen de kleintjes gaan af en toe verliggen en maken het zich gemakkelijk boven óp of onder elkaar. Ademloos kijken we toe, tot plotseling het imposante mannetje zijn oren spitst. Iets voor ons onzichtbaars moet zijn aandacht getrokken hebben, want hij staat op en loopt gracieus het lange gras in, langzaam maar zeker gevolgd door de andere leeuwen. 
    We volgen het pad naar Dead Tree Island, een moeraslandschap bezaaid met dode bomen. Het heeft een wat macabere uitstraling maar toch is ook hier veel wild te vinden; vele olifanten en zelfs lechwee's, een grotere en robuuste variant van een impala die enkel in Botswana voorkomt. Om exact 17.00 uur houden we een stop en komen de gekoelde blikjes bier te voorschijn. "Five o'clock, beer time!" Met een koude Amstel genieten we van de rust, stilte en het dierenleven om ons heen. Met wederom een prachtige zonsondergang keren we terug naar de campsite waar Six ons weer met een heerlijke maaltijd opwacht.

Foto's van Moremi Game Reserve I

Naar boven

Vrijdag, 19 september 2008

    In alle vroegte vertrekken we deze ochtend voor een volle dag game drive. Via Third Bridge rijden we naar Mboma, gelegen in het noordoosten van Moremi, en zien onderweg weer veel kudu's, impala's, olifanten en giraffen. Zebra's zijn er tot onze verrassing maar weinig en we hebben nog geen enkele buffel gezien. Wel ontdekt Seagul verse sporen van leeuwen, waarna we extra langzaam gaan rijden en onze ogen goed open houden. Een auto komt ons tegemoet gereden en de toeristen willen weten of we nog iets "interessants" gezien hebben. Het prachtige landschap en de leeuwensporen vallen voor hen hier duidelijk niet onder, dus teleurgesteld rijden ze verder... En nota bene nog geen honderd meter verderop ontdekt Bas de dieren waarnaar we allen op zoek waren! Op een heuveltje liggen zeven leeuwtjes dicht bij elkaar, vrijwel volledig opgaand in de kleuren van de omgeving. De welpen liggen gehoorzaam te wachten tot hun ouders terugkomen van de jacht. Als enige auto blijven we een tijdje staan kijken, in de hoop dat de moeders ieder moment kunnen terugkeren, maar helaas... We vervolgen onze weg naar Mboma, waarbij de rijkunsten van Seagul regelmatig op de proef gesteld worden. De ene keer moeten we een plas water doorkruisen die nét niet te diep is, de andere keer moet hij terugschakelen naar de eerste versnelling en flink veel gas geven om niet vast te komen zitten in het mulle zand. De 4x4 komt dus goed van pas!

    Tegen 11.30 uur bereiken we Mboma en verruilen we de Landcruiser voor een motorboot, om gedurende een drie uur durende tocht de Delta te verkennen. Onze plaatselijke gids manoeuvreert ons behendig door de wirwar van nauwe kanalen, omzoomd met dicht papyrusgras en bezaaid met kleurige waterlelies, om na een reeks van scherpe bochten uit te komen op een grote open plek, bewoond door schuwe nijlpaarden. We onderbreken de tocht voor een korte picknick lunch op één van de eilandjes en gaan daarna weer door met onze verkenningstocht door de verborgen waterwereld. In de verte zien we een groepje Tsessebe antilopen, nauw verwant aan de topi's, onder een boom staan. Dichterbij vinden we verschillende olifanten in het ondiepe water, al drinkend of etend van het riet langs de kant. Met hun slurf scheiden ze zorgvuldig de wortels van de rest van de plant en steken dat tussen hun sterke kaken, terwijl de stengel en bloem achteloos weggegooid worden. Ook blijven we een tijdje dobberen bij de nesten van de Yellow-billed Storks en Maraboe's, van wie de kleintjes schreeuwend hun kopje boven het nest uitsteken. De kleine Maraboe's zijn zo mogelijk nog lelijker dan hun ouders! Ten slotte krijgen we nog de kans om met onze voeten even in de Delta te waden, te midden van een schitterende omgeving van water, riet en op de achtergrond palm- en baobabbomen.
    Het is inmiddels al bijna 15.00 uur en met een flinke snelheid keren we terug naar de aanlegplek. Zelf zouden we hier ongetwijfeld al lang verdwaald zijn, maar onze gids kent het gebied als zijn achtertuin. En ondanks dat we een behoorlijke afstand afgelegd lijken te hebben in deze paar uurtjes, zien we later op de kaart dat we niet meer dan een fractie van de Delta gezien hebben!

    Na deze schitterende tocht keren we op ons gemak terug naar Xakanaxa Campsite, waarbij we nogmaals met de schoonheid van dit gebied geconfronteerd worden: het oneindig uitgestrekte landschap van verdorde wouden, wuivende grasvlaktes, kronkelige riviertjes en kleine waterpoelen - vol met wild!
    Na het avondmaal blijven we nog een tijdje bij het kampvuur zitten en luisteren naar de jungleverhalen van Seagul. Six heeft zijn bed boven op de trailer al opgezocht wanneer hij ons plotseling op een hyena wijst. Gevangen in de lichtbundels van onze zaklampen zien we het dier rustig over het pad wandelen, op zoek naar voedsel. Iets later spotten we er nog één die zich al dichterbij onze tenten waagt en ook 's nachts blijven de bezoekers komen. Een olifant betreedt ons kamp en eet van een boom, op slechts enkele meters van Six, terwijl een andere zich aan het riet in het moeras te goed doet, direct achter onze tent. We horen hoe de grijze reus zich langzaam voortbeweegt, hoe de takken op de grond onder zijn zware poten breken en hoe hij met zijn slurf aan het riet trekt. En wij kunnen niets anders doen dan ons stil houden en met ingehouden adem naar de geluiden van deze dieren luisteren, stiekem hopend dat ze niet over de tenten zullen struikelen...

Foto's van Moremi Game Reserve II

 

Zaterdag, 20 september 2008

    Hoewel de indringers van vannacht niet bepaald zachtjes deden, hebben ze Tanja en Alex niet weten te wekken. En dat terwijl ze aan de sporen te zien hun tent op een meter of twee gepasseerd hebben! We zien de reuze voetstappen van de olifanten duidelijk afgedrukt staan in het zand, en iets verderop de kleinere pootjes van de nieuwsgierige hyena's.

    Om 07.15 uur is ons kamp afgebroken en trekken we verder Moremi in. Onze volgende bestemming is een campsite gelegen aan de River Khwai, zo'n 40 km verderop. Al game drivend leggen we de afstand af, onderbroken door een koffiepauze op een open vlakte, in gezelschap van impala's, wrattenzwijnen en lechwee's. Vlak voor we de campsite bereiken, wijst een groep in één richting kijkende impala's ons op de aanwezigheid van leeuwen. Iets verderop zien we inderdaad een leeuwin langs de waterrand lopen. Nog iets verder volgt een tweede ontmoeting met een andere, duidelijk zogende leeuwin, eveneens op weg naar haar jongen.
    Na een kleine vier uur rijden arriveren we op de campsite, waar vervet monkeys en bavianen onze plek al ingenomen hebben. Verontwaardigd maken ze plaats voor onze tenten. De kampeerplekken liggen hier dicht bij elkaar en direct aan de River Khwai. Een provisorische in elkaar gezette brug van mopane hout is de enige verbinding met de North Gate en de doorgang naar Chobe National Park. Met elke auto die eroverheen rijdt, trilt en kraakt de brug waarschuwend, maar wonder boven wonder houden de balken het elke keer.
    We zetten het camp op en na de lunch besluiten we met Tanja en Alex naar het nabijgelegen dorpje Khwai te wandelen. De temperatuur is inmiddels weer opgelopen tot boven de dertig graden en eigenlijk is er niet veel te zien in het dorpje, op wat huizen gebouwd van lege blikjes na. We nemen een verkoelende douche - met deze hitte kan het water niet koud genoeg zijn! - en houden siësta tot 15.30 uur. Pas dan komen we de schaduw uit en gaan we weer op weg voor een avond game drive.

    Het duurt niet lang voordat we weer op een groepje leeuwen stuiten, lui bij het water liggend. Ditmaal is het één jong mannetje vergezeld door drie vrouwtjes en twee welpjes die vredig bij hun moeder liggen te drinken. Al snel blijken de kleintjes hun buikje gevuld te hebben en met hernieuwde energie beginnen ze met elkaar te stoeien. Speels slaan ze de klauwen in elkaar, rollen door het gras, wandelen een meter en ploffen dan weer in het gras, om met grote onschuldige ogen om zich heen te kijken. We blijven nog een tijdje bij het groepje staan en laten ze dan weer met rust. We vervolgen onze weg en zien hoe ground hornbills achter elkaar over de vlakte waggelen, hoe een lizard het water induikt en hoe een uiterst schuwe Roan antilope in het bos al rennend zijn weg zoekt. Ook kost het ons geen moeite om de groep leeuwen van deze ochtend weer te vinden, die deze keer langs en ín de struiken verscholen liggen. Nu we al zoveel van deze katachtigen gezien hebben, vinden we het wel eens tijd worden voor een luipaard, waar we dan ook naarstig naar op zoek gaan. We speuren de beboste randen van de vlaktes af, maar hebben geen geluk. Om 18.00 uur - onder het mom van "it's always 5 o'clock somewhere" - drinken we een koud biertje terwijl de zon langzaam als een rode bal achter de horizon verdwijnt.
    Bij terugkomst in het camp heeft Six een barbecue georganiseerd. Er blijft echter zoveel vlees over dat we voor vanavond verzekerd zijn van een hyena invasie! En terwijl we nog wat nadrinken, horen we de nijlpaarden knorren aan de overkant en de hyena's van een afstand al naar elkaar roepen. 's Nachts blijft het echter verrassend stil, op wat gestommel van een hippo achter onze tent na.

Foto's van Moremi Game Reserve (Khwai)

 

Zondag, 21 september 2008

    Ondanks dat de hyena's vannacht muisstil zijn geweest, is het vlees keurig opgeruimd en zijn enkel hun pootafdrukken in het zand achtergebleven. Om 07.15 uur is het kamp afgebroken en kunnen we weer op weg. Nu is het onze beurt om via de gammelende brug de River Khwai over te steken. Gelukkig bereiken ook wij veilig de overkant en rijden we verder naar Chobe National Park. Een tijd lang volgen we nog de rivier; een smalle, groene strook die door het landschap kronkelt, bewoond door nijlpaarden en vele watervogels. Na 20 km bereiken we Chobe en draaien we van de rivier af. De groene begroeiing verdwijnt en voor ons doemt de beruchte vier kilometer lange zandduin op. Het is van belang om snelheid te houden om niet vast te komen zitten, zeker met de zware aanhanger achter ons! Maar Seagul stuurt de auto probleemloos door het mulle zand.

    Vanaf de Mababa Gate leidt een 65 kilometer lange slechte weg ons naar Savute, het westelijke gedeelte van Chobe National Park en één van de bekendste wildgebieden van Botswana. Lange tijd is er echter niets te zien, enkel het uitgedroogde gras en de dode bomen van de Savute Marsh. Om 12.00 uur, met nog 25 kilometer voor de boeg, houden we lunchpauze onder de enige boom in de omgeving. Daarna volgt er geleidelijk aan meer begroeiing en al snel zien we weer de eerste dieren. Groepjes impala's, gnoe's, olifanten en giraffen staan per diersoort dicht bij elkaar in de schaarse schaduw van een boom of struik. De olifanten van Chobe schijnen overigens groter te zijn dan de gemiddelde Afrikaanse olifant en inderdaad, die indruk krijgen wij ook wanneer we onder vrijwel elke boom wel het kolossale dier zien staan.
    In de loop van de middag bereiken we de campsite, gelegen aan de opgedroogde Savute Channel. Het sanitairgebouw is stevig ommuurd om te voorkomen dat de olifanten een douche nemen. Geen voorbarige maatregel, want in het verleden wisten de dieren behendig met hun slurf door het raam de kranen te vinden!

   Om 15.45 uur is het weer tijd voor een game drive. Op enkele honderden meters van de campsite treffen we al meteen een grote groep olifanten bij een waterhole. Het plasje water is echter zo klein dat ze elkaar verdringen om erbij te kunnen. We rijden verder door een prachtig savannelandschap, met hier en daar donkere rotsformaties, kleine tafelbergen en typische baobabbomen. We rijden langs een leeuwenfamilie, een groepje giraffen met een oprecht verbaasde blik in hun ogen, en een minder vriendelijke olifant kruist ons pad. Uitdagend blijft hij vlak langs de weg staan eten, ons af en toe waarschuwend aankijken om niet dichterbij te komen. Uiteindelijk laat hij zich op zo'n twee meter afstand passeren.
    De game drive wordt afgesloten met een leeuwin die duidelijk net gegeten heeft. Ze ziet er verzadigd uit, met een dikke buik en verse bloedsporen rond haar bek. Midden in het veld laat ze zich lui op haar rug vallen en blijft onbeweeglijk liggen, met haar poten in de lucht. De kill zelf kunnen we helaas niet vinden...

Foto's van Chobe National Park (Savute)

Naar boven

Maandag, 22 september 2008

    Wanneer we om 05.45 uur nog half slaperig het toiletgebouw opzoeken, passeren we de zeer duidelijke sporen van een olifant, die even geleden de tegenovergestelde richting opgewandeld moet zijn. De pootafdrukken zijn zelfs op anderhalve meter van Kurt en Brigitte's tent te vinden! En toch hebben we vannacht niets gehoord.
    Iets na 07.00 uur rijden we langzaam het park uit en doorkruisen we Chobe Forest Reserve. Omdat het nog vroeg is, is het zand koel en niet zo zacht, maar zodra we de hoofdweg verlaten gaat het mis. Terwijl we een zandduin beklimmen, verliezen de banden zelfs met de 4x4 hun grip en zakken we ongenadig weg. Met verenigde krachten proberen we de Landcruiser eruit te duwen, maar de auto komt nauwelijks een meter vooruit. Uiteindelijk weet Seagul met behulp van een lier en stevige boom zich uit het losse zand te trekken en kunnen we weer door. We doen inkopen bij een lokaal supermarktje in Mabele en vervolgen onze route op een goede gravelweg, met prachtige vergezichten over groen landschap en grazend vee.

    Via de Ngoma Gate rijden we Chobe National Park weer in. Het eerste deel is een beetje bebost, maar al snel vinden we de Chobe River, de natuurlijke grens met Namibië. En dat het gras aan de overkant groener is gaat hier absoluut op: het landschap in Botswana is droog en stenig maar voorbij de rivier, in de Namibische Caprivi Strip, strekken zich weelderig groene grasvlaktes uit, een paradijs voor dieren! Zebra's en impala's lopen vrijlijk tussen koeien, en kleine groepjes olifanten staan aan de oever te drinken.
    Vroeg in de middag arriveren we op onze toegewezen locatie op Ihaha Campsite, op zo'n honderd meter van de rivier. Wild spotten kan nu letterlijk vanuit onze tent! Het kamp blijkt echter al ingenomen te zijn door een familie bavianen die onder luid protest hun plek afstaan. Het paartje bushbucks daarentegen maakt er niet zo'n probleem van en verhuist zwijgend naar de volgende struik. Dankzij de wijze raad van Seagul zetten we onze tenten dit keer níet onder de schaduwrijke boom op. Ze komen pal in de zon te staan, half onder de takken van een andere boom, omdat de bavianenfamilie vanavond de schaduwrijke boom weer zal opeisen.

    Tijdens de avond game drive volgen we de kronkelige Chobe rivier door de groene vlakte. De dichtheid van dieren hier is verbazingwekkend; zoveel zebra's, buffels, impala's, bavianen en (water)vogels hebben we nog niet gezien! Ook lijken we olifantenland binnen te treden, hoewel de meerderheid aan de Namibische kant verblijft. En degene die zich nog in Botswana bevinden, lijken de oversteek zo snel mogelijk te willen maken. We zijn getuigen van hoe een grote olifantenfamilie achter elkaar door het ondiepe water waadt en met enige moeite de steile kant beklimt. Met name voor de kleintjes is het niet eenvoudig en gefascineerd volgen we hun stuntelige geklauter.
    Ondanks de verbluffende schoonheid van dit gebied, levert de game drive echter ook minder mooie beelden op. We zien het rottende karkas van een olifant liggen en hoe gieren en maraboe's zich tegoed doen aan een zebra. De meerheid van de dode dieren is echter gestorven aan anthrax (miltvuur).
    We draaien om en via de waterrand rijden we weer langzaam terug. De ondergaande zon weerspiegelt in het water en geeft het geheel een goudgele gloed. Er wordt ons nog een korte blik op een hyenafamilie gegund en in de vallende avondschemering zijn we weer terug op de campsite. Dit is ook het moment dat de baboons weer tevoorschijn komen, één voor één de boom in klimmen en met een hoop kabaal het beste plekje uitzoeken voor de komende nacht. En laat dat nou nét de boom zijn waar wij onze tenten half onder gezet hebben! Eenmaal gesettled worden ze gelukkig rustig en wordt de stilte enkel onderbroken door een nies of kuch van een verkouden aap. Ook gebeurd er wat Seagul al met enig leedvermaak voorspeld had (zelf heeft hij zijn tent zo ver mogelijk uit de buurt van alle bomen opgezet); de bavianen doen schaamteloos hun behoeftes vanaf de tak waar ze het zich gemakkelijk gemaakt hebben. Met name de tent van Tanja en Alex wordt daarbij welgemikt, al staat die van ons er direct naast en blijft dus ook niet geheel ongeschonden...

Foto's van Chobe National Park

 

Dinsdag, 23 september 2008

    Vannacht was het vrij rustig, op af en toe een gillende baviaan of wat hyenagehuil in de verte na. En mocht er een roofdier het gewaagd hebben om ons kamp binnen te dringen, dan hadden onze vrienden in de boom zeker alarm geslagen. Om 07.00 uur rijden we via de Chobe River richting het grensplaatsje Kasane. We zien nog enkele kudu's, olifanten, giraffen en buffels langs het pad, en zelfs een slapende mannetjesleeuw, languit liggend tussen twee struiken.
    Botswana verlaten blijkt eenvoudig te zijn. Maar daadwerkelijk Zambia ín komen is totaal andere koek. Om de grens over te steken moeten we met de ferry, een boot waar nauwelijks meer dan één vrachtwagen op past. We passeren eerst een kilometerslange file van vrachtwagens en aan de oever van de Zambezi River staan vele busjes, overlandtrucks en safari auto's ongeduldig te wachten tot ze over kunnen. Het is een drukte van belang, met vele voetgangers die flink wat bagage meesmokkelen. Eén oversteek van de ferry duurt ruim dertig minuten, en wie er wel of niet op mag wordt bepaald door degene die de beste contacten heeft en/of het hoogste bedrag betaalt. Na een tijdje dit typisch Afrikaanse tafereel gadegeslagen te hebben, besluiten we ons bij de voetgangers aan te sluiten en zonder de Landcruiser alvast over te gaan. En wonder boven wonder blijkt plotseling een tweede ferry weer te varen, waardoor Seagul zich al na een half uurtje bij ons voegt. Maar de overkant bereiken betekent nog niet dat je er bent... Het kost ons nog bijna drie uur wachten eer alle papieren in orde zijn.

    Zambia is meteen heel anders als Botswana en verheugd nemen we de vertrouwde beelden in ons op: een groen en bebost landschap, asfaltweg met potholes, kapotte vrachtwagen midden op de weg en mensen zittend voor hun huisjes. In één uur rijden we naar Livingstone, een klein, zeer toeristisch plaatsje met een groot scala aan lodges.
    En tegen 16.00 uur arriveren we dan eindelijk bij de wereldberoemde Victoria Falls. De hele kloof waar we zicht op hebben vanaf één van de wandelpaden wordt normaal gesproken overspoeld met miljoenen liters water van de Zambezi. Nu is er echter helemaal... niets! Omdat ons bezoek midden in de droge periode valt, moeten we het doen met twee smalle watervalletjes, terwijl aan de Zimbabwaanse kant de mist van het donderde water ons veelbelovend tegemoet komt. We maken een wandeling tot aan de brug die de grens met Zimbabwe vormt, slaan het aanbod van een spectaculaire bungeejump af en volgen daarna een ander pad naar de kleine watervalletjes. Zelfs het plateau, dat normaal onder water staat, is nu bewandelbaar.

    Rond de klok van 18.00 uur worden we netjes opgehaald en rijden we naar onze slaapplek voor vannacht. Voor de verandering heeft Six deze avond vrijaf en kunnen we kennis maken met de Zambiaanse keuken. Na het etentje in het centrum besluiten we om samen met Tanja en Alex ook het nachtleven van Livingstone te verkennen en zoeken we met z'n vieren een pub op. Het valt ons direct op dat de Zambianen goed Engels spreken en zeer open en vrij praten. Veel spontaner en vriendelijker als de Tswana bevolking! Na een biertje verruilen we de rustige bar voor een luidruchtigere discotheek. Er speelt lokale muziek, maar iedereen lijkt alleen oog te hebben voor de voetbal- en bokswedstrijden op tv. Al met al geen bruisend uitgaansleven waar we op gehoopt hadden en al vroeg keren we weer terug naar onze campsite.

Foto's van Victoria Falls

 

Woensdag, 24 september 2008

    Wanneer we tegen 08.30 uur weer in Kazungula arriveren, blijkt de Zambiaanse grensovergang ditmaal vrij rustig te zijn en nog geen anderhalf uur later maken we de oversteek. Terug naar Botswana! We rijden direct door naar onze campsite in Kasane, in Chobe Safari Lodge. De tenten worden snel opgezet waarna Seagul en Six met de auto verdwijnen en wij gaan lunchen op het terras bij het zwembad van de luxe lodge, op enkele meters van de Chobe rivier.
    Om 15.30 uur vertrekken we voor onze laatste game drive van deze reis; over het water ditmaal. Per motorboot passeren we de talloze lodges langs de rivier en bevinden ons dan opeens weer in Chobe National Park. De tocht begint veelbelovend, met een groep olifanten die langs het water staat te eten. We blijven een tijdje langs de oever dobberen en zien hoe één van de olifanten het water inloopt, gevolgd door een tweede mannetje. Ze waden door de rivier tot ze niet meer kunnen staan en blijken vervolgens uitstekende zwemmers te zijn. Kalm zwemmen ze naar de overkant, waarbij soms alleen hun slurf boven het water uitsteekt. De twee mannetjes worden al snel gevolgd door de rest van de familie, inclusief de kleine olifantjes die verrassend goed kunnen bijhouden.
    Na verwonderd deze taferelen aanschouwd te hebben, vervolgen we weer langzaam onze tocht. Aan de oever van een eilandje vinden we enkele reusachtige krokodillen. Een nijlpaard ligt op een paar meter erachter in het gras, met een White Egret op zijn buik die hem gezelschap houdt tijdens zijn dutje. Te oordelen naar de vele littekens en wonden op zijn huid is dit een eenzaam mannetje die door de groep verstoten is. Plotseling wordt het logge beest wakker en slentert naar het water, op de voet gevolgd door zijn trouwe vriendje. De krokodillen doen al waarschuwend hun bek open, maar de hippo loopt onbekommerd het water in, de vogel op de kant beteuterd achterlatend.
    We varen verder en zien nog enkele olifantenfamilie's langs de kant van de rivier. De kleintjes staan tussen de volwassenen te drinken of stoeien met elkaar in de modderpoel, terwijl vanaf de top van de heuvel olifanten naar het water blijven toestromen. De gids stuurt onze boot dichter naar de oever, wat voor ons natuurlijk prachtige plaatjes oplevert. Maar de olifanten kunnen het duidelijk minder waarderen. Dat is de keerzijde van toerisme... Met een prachtige zonsondergang varen we terug naar de bewoonde wereld, waarbij we nog een keer moeten stoppen voor een overstekende olifantenfamilie.

Foto's van Chobe River

Naar boven

Donderdag, 25 september 2008

    Na het gebruikelijke ochtendritueel verlaten we om 08.00 uur Kasane en rijden we richting het zuidelijker gelegen plaatsje Nata. In tegenstelling tot de strakke asfaltwegen die we tot nu toe alleen nog maar van Botswana kennen, is dit stuk bar slecht. Tegen 11.00 uur arriveren we bij Elephant Sands, een privé reservaat op zo'n 50 kilometer van Nata. Het is een nette campsite met een bar en zelfs een klein zwembadje, met uitzicht op een poel waar zo nu en dan olifanten komen drinken. Dieren zijn nu echter in geen velden of wegen te bekennen en zelfs tijdens onze 'bush walk' in de namiddag zien we niet meer dan enkele pootafdrukken van antilopen. Dit keer blijken we overigens de campsite met vooral Zuid-Afrikanen te delen. Is het een keer geen Nederlands dat we om ons heen horen, dan is het wel Zuid-Afrikaans! Six bereid voor de laatste keer een heerlijke maaltijd voor ons en na het eten gaan we nog even bij het kampvuur zitten; de laatste avond onder een prachtige sterrenhemel bij het vuur.

 

Vrijdag, 26 september 2008

    Om 05.30 uur gaat de generator aan; een ongevraagde wake up call die het fluitconcert van de vogels wreed verstoort. Voor de laatste keer breken we ons kamp af en om 07.00 uur zijn we weg. In Nata nemen we afscheid van Six, wiens missie erop zitten, en rijden door naar Francistown, de tweede grootste stad van Botswana. In tegenstelling tot Oeganda, waar werkelijk óveral mensen wonen, bevinden zich hier vrijwel geen huizen tussen de plaatsen.
    Na een vroege lunch in Francistown rijden we in één adem door naar Tuli Game Reserve. De laatste 50 km leggen we af over een gravelweg door een prachtige omgeving: een droog, woest heuvellandschap met grillige rotsblokken en bergen op de achtergrond. Na een lange vermoeiende rit arriveren we tegen 17.00 uur bij Tuli Safari Lodge, waar we warm onthaald worden met verkoelende gastendoekjes en welkomstdrankje. Een nóg aangenamere verrassing wacht ons in onze kamer 'Guineafoil'. Vanaf de veranda geven twee openslaande deuren toegang tot een enorme suite. Het zitgedeelte bestaat uit zachte, comfortabele banken, met een grote kroonluchter die de ruimte verlicht, en daarachter bevinden zich twee brede hemelbedden. Ook de badkamer is modern ingericht en voorzien van alle gemakken. Overweldigd door de luxe vragen we ons af of we niet per ongeluk de verkeerde kamer toegewezen hebben gekregen. Het is een scherp contrast met onze slaapplaatsen van de afgelopen twee weken, terwijl de tent ook al meer dan comfortabel voor ons was.
    Na onze suite uitgebreid bewonderd te hebben, verkennen we de rest van de lodge. De acht kamers liggen aan de rand van een weids diepgroen gazon, keurig bijgehouden met bomen, wandelpaden en bruggetjes. Op het veld lopen schuwe bushbucks te grazen, huppelen vervet monkeys rond en bij de rotsen spelen rotsdassen. We beklimmen de roodkleurige rotspartij naar een prachtig uitzichtpunt. Dikke baobabbomen en ruige rotsblokken domineren het landschap.
    Aan de andere kant van het terrein wordt het grasveld afgegrensd door de Limpopo rivier. Normaal is deze rivier van december tot april gevuld maar nu zijn er niet meer dan een paar kleine plasjes water. Vanaf de rand kijken we uit over de droge rivierbedding, waar enkele olifanten zich tegoed doen aan het schaarse water of van de bomen eten. Ook een kudde impala's waagt zich bij de drinkplek. Terwijl de duisternis invalt, blijven we kijken tot we alleen nog de contouren van de dieren kunnen zien en keren dan voldaan terug naar onze kamer. Een prachtige afsluiting van onze vakantie!

 

Zaterdag, 27 september 2008

    Maar het kan nog beter! Om op onze laatste dag niets te hoeven missen begeven we ons al bij zonsopgang naar de rivierbedding. We zien impala's en kudu's aan de overkant langzaam de rivier afzakken, ons af en toe vertwijfelend aankijkend. Papegaaitjes vliegen over, vervet monkeys hollen over het gras; alles wijst op een vredig begin van de dag. Geheel onverwacht zien we een kleine hertachtige verderop de bedding doorrennen, op de voet gevolgd door twee kleiner uitziende beesten. Nog voor de angstige antilope de overkant heeft bereikt is hij al ingehaald door de Wild Dogs, die zich direct op hun prooi werpen. In een mum van tijd voegen zich nog negen honden bij de kill en zien we ze een tijdje op een kluitje bij elkaar staan, hun ontbijt gulzig veroberend. Al vrij snel blijkt er weinig meer over te zijn van de impala en één voor één druipen ze af, waarschijnlijk op zoek naar een nieuwe prooi. Hoewel de kill net te ver plaatsvond om alles duidelijk te zien, is het een sensationele getuigenis!
    We keren terug naar de lodge voor ons eigen ontbijt en vertrekken dan richting de grens. Nog geen kilometer van de lodge vandaan passeren we het verse karkas van een mannetjes impala. Een tweede slachtoffer van de Wild Dogs deze morgen. Drifters Point is een kleine, zeer rustige grensovergang en in korte tijd zijn onze paspoorten gestempeld. En dan begint de lange rit door Zuid-Afrika via Vivo, Pietersburg en Pretoria terug naar Johannesburg. Eindeloze, kaarsrechte wegen leiden ons door een landschap dat langzaam bergachtiger wordt. We zien steeds meer landbouw en ook de hekwerken langs de weg beginnen weer. Rond 15.30 uur, na een voorspoedige reis, arriveren we op OR Tambo Airport. Na precies 3563 km afgelegd te hebben nemen we afscheid van Seagul en onze reisgenoten. Met onze lichtbepakte rugzakken maar met een overgewicht aan herinneringen stappen we op het vliegtuig, terug naar huis. Al is er een einde gekomen aan deze onvergetelijke reis, we troosten ons met de wetenschap dat we weer kunnen terugkeren naar een ander, maar minstens net zo'n prachtig deel van Afrika!

Foto's van Tuli Block

Naar boven

 

 

Overzicht Onze Ervaringen