Home
           
Januari 2007 Februari 2007 Januari 2007 Februari 2007 Maart 2007 Maart 2007 April 2007 April 2007 Overzicht Overzicht Mei 2007 Mei 2007 Juni 2007 Juni 2007 Juli 2007 Juli 2007 Augustus 2007 Augustus 2007 September 2007 September 2007 Oktober 2007 Oktober 2007 November 2007 November 2007 December 2007 December 2007

Woensdag, 10 oktober 2007

Donderdag, 11 oktober 2007

Vrijdag, 12 oktober 2007

Zaterdag, 13 oktober 2007

Zondag, 14 oktober 2007

Maandag, 15 oktober 2007

Dinsdag, 16 oktober 2007

Woensdag, 17 oktober 2007

Donderdag, 18 oktober 2007

Vrijdag, 19 oktober 2007

Zaterdag, 20 oktober 2007

 

Woensdag, 3 oktober 2007

    Na het laatste bezoek in maart is het al een tijdje rustig geweest op de farm wat Nederlandse gasten betreft. Maar vandaag komt daar verandering in. Deze ochtend stappen Bas en Els op het vliegtuig en in de loop van de avond halen we hen in Entebbe op. Een eerste kennismaking met (letterlijk) donker Afrika!

 

Zaterdag, 6 oktober 2007

    En vandaag begint de vakantie voor ons alle vier! Over ons voorgenomen rondje om Lake Victoria zijn we gisteren van gedachten Reisroute Oeganda-Kenia-Tanzaniaveranderd en hebben we besloten om via Kenia naar de Serengeti te rijden - in plaats van Bukoba - Mwanza.

    Vroeg in de ochtend maken we ons gereed om te vertrekken en rijden we via Jinja naar de grens met Busia. Een groot gedeelte van de weg is nog steeds "under construction" en dus voor Bas en Els een eerste beproeving met de Oost-Afrikaanse wegen. Zonder al te veel oponthoud steken we de grens over, maar staan vervolgens ruim een half uur stil bij een garage - althans, iets dat hier voor moet doorgaan - om één van de schokbrekers te laten repareren. Iets na de middag kunnen we door en met een korte lunchstop in Kisumu rijden we naar onze eindbestemming van deze dag; Kisii. Het is een mooie route door een groen, heuvelachtig gebied. Direct vanaf de grens valt het op dat alles er net iets gestructureerder uitziet dan in Oeganda.
    Eenmaal in Kisii vertrouwen we blindelings op de Lonely Planet die ons naar het Kisii Hotel stuurt. De beschrijving in de reisgids blijkt echter niet (meer) met de werkelijkheid overeen te komen, dus kiezen we uiteindelijk maar voor het onbekende, aan de hoofdweg gelegen, Mash Park Hotel. Een kamer is hier tweemaal zo duur maar ook minstens dubbel zo comfortabel. Al laat het avondeten juist wel weer te wensen over...

 

Zondag, 7 oktober 2007

    Om 07.00 uur zitten we goed uitgeslapen aan het ontbijt en een uur later zijn we op weg naar het grensplaatsje Isebania. Een goede, smalle weg leidt ons door een wederom groen gebied, met veel suikerrietvelden langs én -wagens op de weg, en de heuvels bezaaid met huisjes.
    Ook de grensovergang in Isebania is heel rustig en de formaliteiten zijn binnen no time afgehandeld. Via Reisroute door TanzaniaTarime rijden we richting het zuiden en komen we langzaam maar zeker in de buurt van de befaamde Serengeti. Het is een goed onderhouden weg door een gebied waar de glooiende heuvels geleidelijk aan plaatsmaken voor een landschap met grillige rotspartijen en panoramische uitzichtpunten. Manyatta's liggen in groepjes bij elkaar en vormen netjes omheinde dorpen. Koeien en geiten staan rustig in een kraal of lopen langs de weg, terwijl zich verder aan de horizon al de eerste gnoes aftekenen. Langzaam wordt de bebossing minder en gaat over in lage begroeiing. Vervolgens wordt de beroemde Mara River overgestoken en naderen we Bunda, het laatste dorpje voor de Serengeti. Hier vullen we onze tank nogmaals en leggen de laatste twintig kilometer af naar de Serengeti Stopover Lodge.

    De Serengeti Stopover Lodge ligt slechts op één kilometer van de ingang van de Serengeti en blijkt een aardige accommodatie te zijn, compleet met restaurant, banda's en campsite. Bij aankomst wordt echter eerst de keuken getest, alvorens we een plekje voor onze tenten opzoeken. En terwijl zich in de verte al donkere wolken opstapelen, gaan wij aan de slag met het zeil en de haringen. Beide tentjes staan nauwelijks overeind wanneer de eerste druppels uit de lucht vallen en al snel barst er een flinke regenbui over de Seregenti los.
    Na een uurtje schuilen neemt de regen eindelijk af en rijden we naar het nationaal park voor een avond game drive. Het bord naast de poort vertelt ons echter dat er geen toegang is na 16.00 uur, en al is de ranger in het kantoortje wel bereid om een lucratieve deal met ons te sluiten, besluiten we om morgen maar terug te komen voor een volle dag game driven. We keren terug naar de campsite voor een warme douche en avondmaal, en kruipen al vroeg ons tentje in, dat bij nader inzien toch wel heel klein is máár het wel heeft drooggehouden!

Naar boven

Maandag, 8 oktober 2007

    Na een onrustige nacht in een claustrofobische tent met leeglopende matjes van twee centimeter dik, gaat de wekker al om 05.30 uur en staan we niet veel later voor de tweede keer bij de Ndabaka Gate. Ditmaal echter goed voorbereid, met flink gevulde maaltijdpakketten. Maar liefst tien uur lang rijden we door de Western Corridor, enkel onderbroken door een thee- en lunchpauze. Beesten zijn er vanaf het begin al in grote getalen: impala's, gazelle's, gnoes, zebra's, giraffen, bavianen, struisvogels, felgekleurde lovebirds, jakhalzen. En héél veel karkassen.
    Ondertussen wisselen verschillende soorten landschappen elkaar af; van wijdse open vlaktes rijden we beboste en rotsachtige gebieden door, om later weer groene, kortgegraasde velden of savanne met lang gelig gras te passeren. Vanaf de hoofdweg volgen we verschillende loops naar de Grumeti River, waar nijlpaarden en krokodillen in het water drijven. Olifantendrollen liggen hier volop maar de kolossale beesten zelf zijn nergens te bekennen. Wel ontdekken we na een tijdje een tiental leeuwen, die op een afstandje van het pad lui onder een boom liggen. De eerste - en zoals later blijkt tevens laatste - groep leeuwen van de Serengeti!

 

Dinsdag, 9 oktober 2007

    Al voor zonsopkomst staan we op om de tent af te breken en ons gereed te maken voor een lange tocht dwars door de Serengeti. Onderweg naar de gate treffen we echter plotseling een militaire wegversperring aan, bewaakt door mannen in uniform en burgerkleding. Het ziet er nogal provisorisch uit, al groeten we beleefd bij het zien van de imposante machinepistolen.

    De Serengeti is het beroemdste wildpark van Tanzania (zo niet van de hele wereld), met een totale oppervlakte dat gelijk is aan ruim éénderde van Nederland. Het hart wordt gevormd door de Seronera Valley, gelegen op ongeveer 175 kilometer van zowel de oost als west gate. Een hele rit als je bedenkt dat de weg in slechte conditie verkeert en de maximale toegestane snelheid niet meer dan 40 km per uur is!
    Via de hoofdweg rijden we in circa vier uur naar Seronera, waarbij we dit keer geen leeuwen maar wél olifanten zien. Hyena's liggen half verstopt in de berm of rennen ongracieus over de vlaktes. We zien hartebeesten, topi's en later op de dag ook dikdiks. Geleidelijk aan wordt het landschap steeds droger, maar het blijft onverminderd prachtig!
    Rond het middaguur bereiken we Seronera en komen we na even zoeken bij het Visitor Center uit. Omdat het ons al duidelijk is geworden dat het dorpje Karatu niet meer haalbaar is deze dag, besluiten we hier een slaapplaats te zoeken en morgen verder te rijden. Via verschillende aanwijzingen komen we na enige tijd bij de Dikdik Campsite uit, een klein veldje gelegen aan de voet van een ruw gevormde rotspartij. Naast het feit dat het bewoond wordt door een grote familie wilde muizen, staan er al enkele tentjes op het veld, waar wij die van ons zo goed mogelijk tussen planten.

    De ingelaste overnachting in Seronera betekent dat we een extra game drive kunnen maken en voor deze gelegenheid nemen we een 'ervaren' gids mee. Hij leidt ons eerst naar een Hippo Pool; veel nijlpaarden, veel modder en vooral veel stront! Via een loop langs het water stuiten we op een verzameling safariauto's die, naar zeggen, naar een luipaard staan te kijken. De afstand en het lange gras maakt het echter vrijwel onmogelijk voor ons om het roofdier te zien. Na nog wat ander klein wild gespot te hebben, waaronder hyena's en verschillende antilopen, zijn we tegen 19.00 uur weer terug en rijden we door naar de nabijgelegen luxe Seronera Wildlife Lodge voor het diner. Onze slaapplek mag dan te wensen over laten, maar het buffet laat zich goed smaken!

    Na even geproefd te hebben van de overvloedige luxe van deze prachtige lodge, keren we rond 21.00 uur met enige tegenzin terug naar de campsite. Nu blijken er ook een aantal overland trucks geparkeerd te hebben en al struikelend over scheerlijnen kunnen we onze eigen tenten met moeite terugvinden. En in plaats van omringd te zijn door nachtelijke dierengeluiden, worden we deze nacht getrakteerd op een orkest snurkgeluiden uit de omringende tentjes...

Naar boven

Woensdag, 10 oktober 2007

    Wanneer we om 05.30 uur onze tent openritsen blijkt er al meer leven in het kamp te zijn. We pakken zo snel mogelijk onze spullen in, halen een schamel lunchpakket bij de Wildlife Lodge op en gaan dan op weg naar de Ngorongoro Krater.
   Het landschap wordt droger en droger met elke kilometer die we verder naar het zuidoosten rijden, en daarmee neemt het aantal dieren ook af. In het begin zien we nog enkele hyena's, giraffen en jakhalzen, maar naar mate het gebied steeds woestijnachtiger wordt, beperkt het wild zich tot de kleine Thomson gazelletjes en af en toe een verdwaalde struisvogel. Tot het helemaal overgaat in een rotsachtig landschap waarin we geen enkel teken van leven meer ontdekken. Wat een verschil met de Western Corridor, dat een paradijs moet zijn met z'n weelderig groene, sappige grasvelden! De weg is overigens bar slecht, waarbij elke passerende auto een spoor van dichte stofwolken achterlaat.

    De naam Serengeti betekent in de Masai taal "The place where the land runs on forever". Een oneindige vlakte strekt zich inderdaad voor ons uit, tot er vanuit het niets kopjes opduiken. We proberen ons geluk en rijden langs een aantal van deze rotspartijen, maar er is geen leeuw te bekennen.
    Eenmaal bij de Naabi Hill Gate maken we een korte stop en even later passeren we de grens tussen de Serengeti en Ngorongoro Conservation Area; niet meer dan twee palen met daartussen een bordje is het bewijs hiervan. De weg blijft echter onverminderd slecht en het gebied even dor en droog. Het letterlijke hoogtepunt wordt gevormd door een heuvel die uitzicht biedt op de Olduvai Gorge (de plek waar de oudste menselijke resten gevonden zijn) en de lege vlakte die zich eindeloos voor ons uitstrekt. Als we in een andere tijd van het jaar gekomen waren, zou het één vruchtbaar groen gebied zijn, vol grazende gnoes en zebra's. Maar nu zijn het alleen de Masai langs de weg, in hun roodpaarse doeken, die nog enige kleur in het landschap brengen.

    Na uren door niemandsland gereden te hebben, bevinden we ons plotseling op de rand van de krater. Diep beneden ons strekt de 20 kilometer brede kraterbodem uit, omsloten door steile hellingen en bedekt met graslanden, meren, woud en moerasgebied. Het wijdse uitzicht doet ons geploeter over de slechte weg meteen vergeten en is een veelbelovend vooruitzicht voor morgen!
    Vanaf de rand loopt er een mooie slingerende weg door een gebied dat opeens weer diepgroen is geworden. Links hebben we uitzicht op de krater en aan de andere kant lopen de dicht beboste flanken van de krater in een wijdse vallei uit. We passeren de Loduare Gate en volgen een splinternieuwe weg naar Karatu, een vriendelijk dorpje net buiten het Conservation Area. Hier besluiten we na enig zoeken en onderhandelen te overnachten in Crater Rim View Inn, een rustig gelegen guesthouse met kleurige tuin en ruime kamers met een groot, uitnodigend hemelbed. Wat een luxe na die nachten in ons minitentje op de dunne matjes! We checken snel in, lunchen en vertrekken weer direct naar het nabijgelegen Lake Manyara om hier de namiddag door te brengen.

    Lake Manyara blijkt een verrassend mooi nationaal park te zijn; klein maar met een overweldigende natuur en vol wild. Het dichte bos loopt vloeiend over in een wijdse savannevlakte, dat tegen het meer grenst en doorkruist wordt door een kabbelend riviertje. Alsof het door mensenhanden is aangelegd!
    In het beboste gedeelte stuiten we op groepen bavianen en Blue Monkeys, een familie olifanten die zich aan de omringende struiken te goed doen en enkele giraffen tussen acacia's. De groene vlakte, met op de achtergrond een scherp afgetekend vulkanische gebergte, wordt bewoond door grote kuddes gnoes, zebra's en buffels. Meer naar het water omringen verschillende soorten watervogels - visarenden, pelikanen, aalscholvers en reigers - de oever van Lake Manyara waar nijlpaarden liggen te baden. Bovendien is het een paradijs voor olifanten!

 

Donderdag, 11 oktober 2007

    Na een heerlijk comfortabele nacht zijn we al weer vroeg op weg naar de Ngorongoro Crater. Voor dit speciale bezoek hebben we de mogelijkheid aangegrepen om een safari auto te huren, inclusief chauffeur en brandstof voor een volle dag. Bijkomend voordeel is dat we nu over een ervaren gids beschikken, meer ruimte hebben, niemand van ons achter stuur hoeft te zitten én het dak omhoog kan voor een nog beter uitzicht!
    Vanaf de Loduare Gate nemen we weer dezelfde route naar de kraterrand. Dit keer is de berg echter in een dichte mist omhuld en zorgt het traag omhoog klimmende vrachtverkeer voor het nodige oponthoud op het smalle pad. Tegen 08.00 uur arriveren we bij de tweede gate die toegang biedt tot één van de twee toegangspaden naar de kraterbodem. Hier blijken zich al meer safari auto's verzameld te hebben en langzaam volgen we hen naar beneden. Via een zeer slecht en steil pad rijden we stapvoets de krater in en geleidelijk komen we onder de wolken uit. Eenmaal op de bodem zijn we direct omringd door wild: wrattenzwijnen, gazelle's, zebra's, gnoes, buffels. We zien tientallen kraanvogels, statige secretarisvogels en hippo's op het land of pootje badend in het meer. Ondanks de enorme dichtheid van dieren, krioelt het helaas ook van de toeristen. Onze gids hoeft eigenlijk niets te doen; het is een kwestie van auto's achterna rijden en kijken waar zich groepjes vormen.
    De eerste verzameling safariwagens waar we ons bij aansluiten, bevindt zich bij een Hippo Pool. Een dood nijlpaard ligt half in het water en wordt aan beide kanten aangegeten door hongerige hyena's. Af en toe klinkt er een waarschuwende kreet maar echt gevochten wordt er niet. De overige nijlpaarden in de poel liggen rustig op een afstandje toe te kijken en lijken zich er niet aan te storen dat een familid nu het ontbijt voor deze aaseters vormt. En terwijl de meeste ogen gericht zijn op dit spectaculaire schouwspel, loopt er zo'n 50 meter verderop een leeuwin op haar gemak langs het water!

    De rest van de morgen rijden we al slingerend door de krater, maar behalve struisvogels, hyena's, wrattenzwijnen en een neushoorn, zien we weinig. Rond het middaguur verzamelen we ons op een picknickplek aan het water en temidden van honderden andere toeristen lunchen we uit onze meegebrachte boxen. Even op een mooi plekje buiten de auto zitten is er niet bij, zo ondervinden we aan levende lijve, want de chapatti wordt letterlijk uit onze handen gepikt door de kiekedieven. Traag cirkelen ze in de lucht, nauwlettend in de gaten houdend welke onoplettende toerist beneden hen iets in zijn mond probeert te stoppen en ze hoeven maar iets, zelfs een pakje sap, in het oog te krijgen of ze duiken brutaal op hun prooi af. De enige veilige plek om te lunchen is ín de auto of eronder.

    Inmiddels is het wolkendek boven de krater weggetrokken, is de frisse wind gaan liggen en zorgt een aarzelend zonnetje voor een aangename temperatuur. We rijden naar het nabijgelegen stuk bos waar we ongeveer de complete populatie olifanten die in de krater leeft, zien. Het schijnen alleen mannetjes te zijn die de krater in en uit kunnen, net zoals dat giraffen er geheel ontbreken.
    Plotseling deelt de chauffeur ons mee dat wat hem betreft de excursie er op zit en het tijd is om de krater te verlaten. Op onze horloge is het echter nog maar 15.00 uur en voor ons eindigt de dag niet voordat de gate daadwerkelijk sluit. Dankzij ons luide protest vervolgen we de game drive, waarbij we de waarschuwing dat we niet meer genoeg diesel zullen hebben natuurlijk in de wind slaan.

    We genieten nog een uurtje met volle teugen van de schoonheid van de Ngorongoro en beginnen dan toch langzaam maar zeker aan de tocht over een zeer steil pad naar boven, de krater uit. Na een kilometer of twee klinkt er wat gesputter en dan valt de auto stil. De tank is leeg... zoals de gids voorspeld had. Het enige wat we kunnen doen is wachten op een andere auto die bereid is om ons van een paar liter diesel te voorzien, zodat we de benzinepomp bij het Visitors Center kunnen bereiken. Overigens geen vervelende straf met het prachtige uitzicht dat we vanaf de helling hebben!
    De eerste twee auto's rijden onverschillig voorbij, maar ook in Afrika blijkt drie keer scheepsrecht te zijn en de volgende Landrover stopt. Met een slangetje 'zuigt' onze gids de diesel uit de ene tank en giet de gevulde flessen vakkundig in zijn eigen Landrover. Dankzij deze brandstof bereiken we na een half uurtje klimmen de kraterrand en kan de gids opgelucht weer een litertje of twee bijtanken - precies genoeg om Karatu mee te halen.
    En dat het wild zich werkelijk óveral kan bevinden blijkt maar weer wanneer Bas vanuit het niets een leeuw ontdekt! Verveeld kijkt de mannetjesleeuw even op en gaat dan weer lui in het gras liggen, op niet meer dan 25 meter van het pad. Een route waar nog relatief veel verkeer langs komt, van zware vrachtwagens tot weerloze fietsers en voetgangers...

Naar boven

Vrijdag, 12 oktober 2007

    Via een strakke asfaltweg rijden we deze morgen richting Arusha. Manyatta's liggen verspreid in het heuvelachtige landschap, omringd door koeien, ezels en geiten. Hier en daar lopen Masai in de berm, gekenmerkt door hun roodgeblokte, paarse doeken en met een stok of speer in de hand. We zijn niet ver meer van Arusha verwijderd wanneer voor ons langzaam een hoge berg opdoemt, de Mount Meru (4566 m).

    Na twee uur rijden bereiken we Arusha. Het is een typisch Afrikaans stadje maar overzichtelijk en er hangt een gemoedelijke sfeer. Bij een modern winkelcentrum strijken we neer op een terrasje voor een kop koffie en vinden we een outdoorzaak die ons van een nieuw koepeltentje kan voorzien. Vervolgens rijden we door naar onze overnachtingsplek voor de komende dagen: Masai Camp, een populaire campsite net buiten het centrum. We vinden een beschut plekje en zetten onze splinternieuwe tent op, dat nu snel en gemakkelijk gaat. Haringen zijn vrijwel overbodig en al is het qua oppervlakte niet veel groter, binnen is het een stuk comfortabeler!

    De rest van de middag brengen we door met het verkennen van Arusha en omgeving. In tegenstelling tot Kampala worden we hier meteen aangeklampt door straatverkopers die ons hardnekkig blijven volgen. Na een stukje de weg richting Moshi gevolgd te hebben, rijden we terug via een alternatieve route; langs kleine dorpjes, de rozenkassen van Bruins en uitgestrekte bananen- en koffieplantages, allen gelegen in de schaduw van de Mount Meru, waarvan nu alleen de top in de wolken schuilt.
    's Avonds eten we in het gezellige restaurant van de campsite en drinken nog een Kilimanjaro (de Bell van Tanzania) in de lokale discotheek, waar een DJ zijn slechte muziekkeuze ten gehore brengt. De dansvloer blijft angstvallig leeg, maar de beats dreunen nog ver na middernacht door in onze tent...

 

Zaterdag, 13 oktober 2007

    De ochtend begint met een rustig ontbijt in het restaurant, en de gebruikelijke verwarring over onze bestelling die ontstaat zodra je met vier personen verschillende gerechten tegelijkertijd besteld. Om 09.00 uur stappen we in de auto en gaan op weg naar Moshi. Nu zijn zowel de Meru als Kilimanjaro volkomen aan het zicht onttrokken en is er alleen een klein stukje van de uitlopers te zien. Zo'n 14 kilometer voor Moshi draaien we de weg in naar Machame, een klein dorpje aan de voet van de Kili en tevens één van de startpunten voor de beklimming.
    Omdat de Uhuru top niet binnen een dag te bereiken is, besluiten we om maar voor een 3-uur durende wandeling te gaan, nét buiten het nationaal park. We volgen een gids over een smal pad langs dorpjes, bananen- en maïsvelden, tot er alleen nog maar bos is. Hier is de lokale bevolking druk bezig met het kappen van hout; we passeren kinderen en vrouwen met bossen takken op hun hoofd, terwijl mannen planken zagen of een boomstam achter zich aan slepen. We klimmen naar een uitzichtpunt waar we een prachtig uitzicht op het omringende woud hebben. Hoog boven ons, nog steeds door de wolken bedekt, torent het 'Dak van Afrika' uit (5895 m). Vanaf deze plek volgen we een pad steil de berg af en lopen we vlak langs de grens van het nationaal park.
    Het tweede gedeelte van de tocht leidt ons meer door de bewoonde wereld, langs kleine felgekleurde huisjes, grote stenen woningen met mooi aangelegde tuinen, een schooltje en de plaatselijke kerk. Bij een klein winkeltje, waar al enkele mannen aan het bananenbier zitten, stoppen we om onze dorst te lessen en maken een praatje met de dorpelingen. Al met al een mooie wandeling aan de voet van Afrika's meest begeerde berg!

 

Zondag, 14 oktober 2007

    De Mount Meru is nog steeds in wolken gehuld wanneer we Arusha verlaten. Een redelijk goede weg slingert door een heuvelachtig, vulkanisch gebied en leidt ons naar de Keniaanse grens. Bij Namanga laten we onze paspoorten weer stempelen en na een stevig ontbijt gaan we op weg naar het volgReisroute door Kenyaende nationale park op onze kaart: Amboseli. Het pad is net zo slecht als ons beloofd is. Desondanks weten we nog een aardige snelheid te behouden, af en toe stoppend voor het wild dat we naast de weg zien: giraffen, impala's, elanden en gerenuks, een komische mix tussen een giraf en gazelle.

    Vanaf de Meshanani Gate rijden we door een woestijnachtig gebied, wat in feite een opgedroogd meer is. Fata morgana's blijven niet uit, waardoor het soms lijkt of de zebra's in de verte daadwerkelijk in een plas water staan.
Omdat geen van de campsites in het park over een restaurant beschikt, zijn we genoodzaakt om in één van de duurdere lodges te overnachten. Keus genoeg, op het eerste gezicht. De eerste twee accommodaties blijken echter al sinds een tijdje gesloten te zijn en zien er totaal vervallen uit. Bij de Ol Tukai Lodge krijgen we wel een welkomstdrankje en opfrisdroekje, maar een kamer kunnen ze ons door de vele gasten niet aanbieden. Met weinig hoop rijden we door naar Amboseli Serena Lodge, maar ook hier zijn ze volledig volgeboekt voor de nacht.
    Desalniettemin besluiten we om in ieder geval van hun lunchbuffet gebruik te maken. De manager die we daarna te spreken krijgen, raadt ons aan om ons geluk bij Kibo Safari Camp te beproeven. Een telefoontje wijst uit dat ze hier inderdaad nog kamers vrij hebben en aangezien het niet ver van Serena ligt, vlakbij de zuidelijke gate van het park, volgen we zijn advies op. De lodge is snel gevonden en gezien ons gebrek aan alternatieven, besluiten we om hier te blijven – met overigens een geweldig uitzicht op de Kilimanjaro, waarvan de top nu langzaam zichtbaar wordt.

    Amboseli National Park is een relatief klein park waar savannavlaktes worden afgewisseld met moerasgebieden, met de nooit aflatende aanwezigheid van de Kilimanjaro op de achtergrond. Het hele park is overigens enorm droog en het stof geeft een ‘mistige’ gloed over de vlaktes. De enige groene stukken bevinden zich rondom het moeras en dit is dan ook dé verzamelplek voor het wild. Naast de talrijke safaribusjes zien we secretarisvogels, gazelle’s, struisvogels, gnoes en heel veel olifanten. Zelfs het perfecte Afrika-plaatje wordt ons gegund: een olifant vóór een geheel onbewolkte Kilimanjaro! Na van een prachtige zonsondergang genoten te hebben, keren we om 19.00 uur terug naar de lodge. Tijd voor een Kili “in the bottle”.

Naar boven

Maandag, 15 oktober 2007

    Al vroeg verlaten we de lodge voor een nieuwe game drive in Amboseli. We rijden weer richting het groene moerasgebied en zien een groepje oryxen, enkele leeuwen van een afstandje, en wederom vele olifanten. Zebra’s en gnoes komen ons gezamelijk via het pad tegemoet gelopen, maar worden dan ingesloten door het moeras en een tegemoetkomende safari auto. Na duidelijke twijfel en onrustig hoefgetrappel besluiten de zebra’s zich toch maar in het moeras te wagen. De gnoes volgen als een kudde schapen. Verderop ontmoeten ze echter een tweede obstakel: een eenzame olifant. Een waarschuwend getrompetter is genoeg om de dieren direct rechtsomkeert te laten maken en terug het pad op te rennen. Niet veel later wordt er een tweede poging ondernomen en ditmaal laat de olifant hen met rust.
    Na dit fascinerende schouwspel vervolgen we onze weg richting Observation Hill. Aan de voet van de heuvel verlaten we de auto en klimmen toch wel enigszins op onze hoede naar de top. We worden beloond met een prachtig wijds uitzicht: de eindeloze droge vlakte, groepjes olifanten op weg naar het water en nijlpaarden in het moeras. Verder is er niets dan stilte. En de gedachte dat we ons nu wel heel onbeschermd midden in een nationaal park vol wild bevinden...
    Langs de zuidgrens van het park rijden we halverwege de ochtend naar de Meshanani Gate en keren we terug naar de bewoonde wereld. Vanuit Namanga volgen we een verharde weg richting Nairobi. Terug in Kenia betekent echter ook weer terug op de slechte wegen, waar soms beter geen asfalt kan liggen. Een weg vol potholes leidt ons via Ngong en Karen langs de beruchte hoofdstad op, terwijl het landschap geleidelijk aan groener en heuvelachtiger wordt. In Limuru verlaten we de snelweg en kiezen voor een binnendoor route met prachtige uitzichten over de vallei, alvorens we Lake Naivasha bereiken. En voor de tweede keer dit jaar checken we in bij Crayfish Camp om een paar dagen in de Rift Valley door te brengen.

 

Dinsdag, 16 oktober 2007

    We ontbijten op ons gemak in het vroege maar al warme ochtendzonnetje en voorzien van een lunchpakket gaan we op weg. Hoewel Mount Longonot vanaf onze campsite al duidelijk zichtbaar is en het gelijknamige dorpje ook niet moeilijk te vinden is, kost het ons toch enige moeite om de weg naar het nationaal park te vinden.
    Maar iets na 10.00 uur zijn we dan toch op weg om te voet de top van de Longonot te bereiken. Samen met een gewapende gids klimmen we in circa één uur naar de rand van de krater. Het zandpad is droog en stoffig, en kronkelt zich tussen de lage begroeiing naar boven. Eenmaal op de rand worden onze inspanningen beloond met een fantastich uitzicht over de slapende vulkaan, de groene uitlopers en de Aberdare Mountain Range in de verte. Diep beneden ons ligt de kraterbodem, bedekt door een klein woud. Afdalen is helaas niet mogelijk maar na een korte rust vervolgen we onze wandeling over de kraterrand. Een smal pad met links en rechts een diepe afgrond leidt ons in zo’n drie uur rondom de krater. Het is afwisselend stijgen en dalen, met een aardige klim naar de échte top op 2777 meter hoogte. Ook hier hebben we een adembenemend uitzicht over de vallei, Hell’s Gate National Park met haar geisers, het meer en de rozenkassen.
    In iets meer dan een half uur dalen we weer af, waarbij we op slechts enkele honderden meters zebra’s en giraffen passeren. Voldaan keren we op ons gemak terug naar Crayfish waar de dag met een welverdiend biertje op het terras wordt afgesloten.

 

Woensdag, 17 oktober 2007

    Om een uur of negen rijden we Hell’s Gate binnen; ons tweede bezoek aan het park in één jaar tijd. Tijdens een korte game drive stuiten we op verschillende antelopes, giraffen, zebra’s en buffels, alvorens we in de richting van de befaamde kloof rijden. De avontuurlijke wandeltocht blijken we ditmaal probleemloos zonder gids af te kunnen. We verkennen wederom de zijtakken van de kloof, wagen ons vervolgens aan het uitdagende klimwerk (langs de waterval), om tenslotte bij te komen op de één van de rotsen en te genieten van het groene, grillige landschap dat zich aan onze voeten uitstrekt.
    Onderbroken door een lunch in Crayfish brengen we de rest van de middag in het nationaal park door, inclusief een tweede game drive, een stop bij de obsidiaan grot en een bezoek aan het uitzichtpunt bij de geisers. Via de Ol Karia Gate verlaten we het park en langs het meer en de talloze kassen van de bloemenbedrijven rijden we terug naar de campsite, mooi op tijd voor het door ons besproken boottochtje over Lake Naivasha. Gedurende een uur neemt de captain ons mee langs de dichte begroeiing van papyrusplanten, op zoek naar hippo families. In het hele meer zouden meer dan duizend nijlpaarden moeten rondzwerven, maar nu zitten ze vooral verstopt tussen het papyrus en zijn moeilijk zichtbaar door het hoge water. De ijsvogels, aalscholvers en visarenden zijn echter minder schuw en laten zich veelvuldig zien. Wanneer we de baai van Crayfish weer naderen, werpt de ondergaande zon haar laatste stralen over het meer, wat een zachte gloed geeft aan de omringde heuvels, terwijl op de achtergrond de nog altijd imposante Longonot duidelijk afsteekt.

Naar boven

Donderdag, 18 oktober 2007

    Aberdare National Park behoort tot één van de meest onherbergzame gebieden van Kenya en bevindt zich in de Aberdares Mountain Ranges. Gezien de ligging nabij Naivasha kunnen we een bezoek aan dit beschermde gebied niet aan ons voorbij laten gaan.
    Het eerste stuk richting de Aberdare bergketen is verhard en loopt door een prachtige omgeving dat veel weg heeft van de Alpen: groene dennebomen, bontgekleurde koeien langs de weg, schapen met een dikke vacht, nette huisjes van steen of hout met keurig afgerasterde stukken grond, inwoners met felgekleurde wollen mutsen op en zelfs kinderen in schooluniform met een bijpassend mutsje.
    Plotseling rijden we hek binnen en volgen we een kronkelige weg verder het park in. Scherpe haarspeldbochten volgen elkaar snel op en met een stijgingspercentage die in de Tour niet zou misstaan, rijden we naar boven. Aan beide kanten is de weg omzoomd door bomen en steile rotswanden, terwijl het asfalt bezaaid is met olifantenpoep. Eenmaal boven, op bijna 3200 meter, vinden we de officiële gate van het nationaal park. Op onze vraag hoe de weg in het park is, antwoordt de aanwezige ranger geruststellend: “Waarschijnlijk komen jullie niet vast te zitten.” Maar voor de zekerheid staat er buiten toch een trekker. Een raadselachtig antwoord maar naar mate de dag vordert, wordt duidelijk wat hij ermee bedoelt.

    Met een kaart van het gebied op zak rijden we naar de Karuma Falls. We laten de auto op de parkeerplaats achter en lopen vervolgens via een trail naar de waterval. We volgen een zacht kabbelende beekje, dat parallel aan ons pad loopt, tot het plotseling zo’n 300 meter omlaag klettert in een prachtige waterval. Het complete landschap is overigens erg indrukwekkend: smalle riviertjes worden omsloten door groene, dichtbegroeide bergen, waar overal watervalletjes vandaan lijken te komen. De bomen zijn met mos bedekt en geven een sprookjesachtige sfeer aan het geheel. Het woud wordt afgewisseld met drassige heidevlaktes en glooiende velden waar Everlasting Flowers bloeien.

    Het pad dat we vervolgens met de auto volgen blijkt nog een hele beproeving te zijn. De losliggende keien maken het niet gemakkelijker op om de auto over het steile pad te manoeuvreren en de 4x4 komt ons nu goed van pas. We bereiken de Chania Falls, waar het wederom de bedoeling is om de auto achter te laten en te voet verder te gaan. Al lezend in de Lonely Planet komen we te weten dat dit tevens dé plek is om leeuwen te spotten. Van het kleine aantal dat nog in het park voorkomt, schijnt dit namelijk de favoriete locatie te zijn om vissers te stalken. Bewapend met zakmessen en enigszins op onze hoede, volgen we het pad langs het dichte struikgewas naar de waterval. De Chania Falls blijken gelukkig de moeite waard te zijn en waar de leeuwen op dat moment daadwerkelijk gezeten mogen hebben... ons hebben ze in ieder geval met rust gelaten!

    Na dit avontuur rijden we verder, langs meertjes en moerassen, over bruggetjes en door een heuvelachtig gebied. Langzaam wordt het landschap onherbergzamer en beboster. Maar vol (on)zichtbaar leven! Het dichte bamboebos vertoont alle tekenen van vernieling door olifanten. Vanuit het niets duikt er een buffel op, blijft even voor ons uithollen en verdwijnt dan briesend de struiken in. Nog wat later ontdekken we opgetogen twee luipaarden op de weg. Ons geluk kan niet meer op! Ook kleiner wild laat zich zien, variërend van baardige Blue Monkeys tot mountain reedbucks en wrattenzwijnen.
    In de Aberdare Salient volgen we een lange loop naar één van de uitzichtpunten. Een ideale plek om te lunchen hadden we bedacht. Eenmaal op het punt aangekomen rijden we de bocht om en... kijken recht in de ogen van een reusachtige buffel, precies voor de picknicktafel! Een tweede buffel ligt verscholen in de bosjes op een meter van de auto en krijgen we pas later in het oog. De aanwezigheid van deze indrukwekkende dieren weerhoudt ons er echter niet van om ons lunchpakket te voorschijn te halen en veilig, in de schaduw van de auto, op te eten.

    Inmiddels is het tijd om weer naar de bewoonde wereld terug te keren en zetten we koers richting de gate. Het pad is behoorlijk ruig, met hier en daar flinke modderpoelen. Maar inderdaad, de ranger had gelijk, we komen (net) níet vast te zitten! Veilig terug in Naivasha heffen we een biertje op Bas z’n verjaardag; z’n derde in Afrika inmiddels en met een wel heel speciaal verjaardagscadeau: de luipaarden waar we al weken naar op zoek zijn geweest!

 

Vrijdag, 19 oktober 2007

    Al vroeg gaat de wekker en breken we voor de laatste keer onze tenten af. We besluiten via de westkant van het meer richting Nakuru te rijden, een mooie route met nog vrij veel wild langs de weg. Ook komen we regelmatig een oude, roestige truck tegen met een groepje mannen in de laadbak en enkele voorin. Het blijkt de gebruikelijke lesauto in Naivasha te zijn, want op het dak van de cabine is een groot bord met “Driving School” gevestigd.
    Een brede stoffige weg leidt ons naar de stad Nakuru en al snel vinden we een geschikt hotel langs de hoofdweg. We checken in en rijden direct door naar Nakuru National Park.

    Na een snel ontbijt in de auto bij de gate, met de ramen dicht om de brutale bavianen buiten te houden, beginnen we halverwege de ochtend aan een game drive. Net zoals tijdens ons eerste bezoek in maart, is het wild weer overvloedig aanwezig: gazelle’s, impala’s, zebra’s, elanden, neushoorns, pelikanen, kraanvogels en een rozegekleurd lint van flamingo’s. De populaire picknickplek op de Baboons Cliffs blijkt nu een verzamelpunt voor busladingen schoolkinderen te zijn, voor wie mzungu’s een even grote attractie vormen als het omringende wild.
    Aan het eind van de middag krijgen we van een passerende Amerikaan te horen dat er leeuwen en hyena’s langs het meer te zien zijn, die we even later met weinig moeite vinden. Op 10 à 20 meter van het pad liggen vier jonge leeuwen in het gras; twee mannetjes en twee vrouwtjes. Zeker een uur lang blijven we staan kijken, gespannen wachtend op tekenen van beweging want dit is het juiste tijdstip voor hen om in actie te komen! En ons geduld wordt beloond. Langzaam komen ze één voor één overeind en beginnen de twee vrouwtjes speels te stoeien. Het duurt niet lang voordat één van de mannetjes zich ermee gaat bemoeien, wat uitloopt op een paringsritueel. Meer actie dan dit wordt ons echter niet gegund, want vervolgens gaan ze weer alle vier loom in het gras liggen. Met nog een aanblik op enkele hyena’s in de open vlakte en het meer in de schemerende avondzon, begeven we ons langzaam maar zeker in de richting van de gate.

 

Zaterdag, 20 oktober 2007

    Na een rustig ontbijt laten we Hotel Kunstle en Nakuru achter ons en rijden via Eldama Raville - een naam die ín en buiten het dorpje maar liefst op vijf verschillende manieren gespeld wordt - richting het oosten. Tot hier is het een comfortable weg, maar gaat dan abrupt over in een pad met meer potholes dan asfalt. De panoramische route maakt echter veel goed; groene heuvels omringen de kleine dorpjes en bieden mooie uitzichtpunten. We stoppen voor een vroege lunch in Eldoret en vervolgen onze weg naar het grensplaatsje Malaba. In een mum van tijd zijn we Kenya uit en nóg sneller Oeganda in. De mannen in de kantoortjes gaan teveel op in de op tv uitgezonden voetbalwedstrijd en zonder te kijken stempelen ze onze paspoorten.
    Eenmaal terug in Oeganda worden we direct verwelkomd met een flinke regenbui. Iets dat we sinds de Serengeti niet meer meegemaakt hebben! Vanuit Tororo rijden we naar ons favoriete dorpje Sipi, waar we na een vermoeiende reis heerlijk in Lacam Lodge bij kunnen komen.

#####

Met de terugkomst in eigen land is ook het einde van een fantastische safari in zicht gekomen, en rest ons alleen nog de terugreis naar Mukono. Bas en Els besluiten om nog een dag langer te blijven en maandag op eigen gelegenheid naar de farm te komen.

In totaal hebben we 4080 kilometer afgelegd, een hele prestatie als je bedenkt over welk type wegen we gereden zijn, en heeft de landcruiser, op een loszittende schokbreker na, het verrassend goed uitgehouden. Al staat er op de dag ná thuiskomst een auto met twee lekke banden en een kapotte accu in onze tuin....

Naar boven

Overzicht Onze Ervaringen