Home
           
Januari 2007 Februari 2007 Januari 2007 Februari 2007 Maart 2007 Maart 2007 April 2007 April 2007 Overzicht Overzicht Mei 2007 Mei 2007 Juni 2007 Juni 2007 Juli 2007 Juli 2007 Augustus 2007 Augustus 2007 September 2007 September 2007 Oktober 2007 Oktober 2007 November 2007 November 2007 December 2007 December 2007

Zaterdag, 21 juli 2007

Zondag, 22 juli 2007

Maandag, 23 juli 2007

Dinsdag, 24 juli 2007

 

Dinsdag, 3 juli 2007

    Maandagmorgen kreeg ik (Miranda) te horen dat ik de volgende dag in Kibale Forest werd verwacht, in verband met de jaarlijks geplande vergadering met Uganda Wildlife Authority. Amos bevond zich al bijna een week in Kibale, waar hij nauwgelet de vooruitgang van de bouw van de nieuwe lodge in de gaten hield.
     Dinsdagmiddag vertrek ik dus met één van onze gidsen richting de Congolese grens om vroeg in de avond in het national park te arriveren. Ervan uitgaande dat er nog wel een banda vrij zou zijn, had ik van tevoren niets geregeld. Maar eenmaal daar blijkt alles volgeboekt te zijn, voornamelijk door Nederlandse toeristen. Toevallig zit Amos net aan tafel met een Brits meisje die zich al sinds '98 met research naar de chimpansees bezig houdt. In opdracht van onder andere UWA onderzoekt Julia Lloyd het effect dat het toerisme heeft op het gedrag van deze mensapen. Haar avonden brengt ze door in een boomhut, speciaal voor dit project gebouwd. (Lees meer over haar werk...). Zonder aarzeling biedt Julia mij onmiddelijk het extra bed in haar tree house aan en mijn slaapplaats is spontaan geregeld.

    Nadat we gegeten hebben, beginnen er langzaam regendruppels uit de donkere hemel te vallen en gaan we op weg naar wat al jaren de verblijfplaats van Julia is. Een steile trap leidt ons naar de boomhut, op zo'n tien meter boven de grond. De hut zelf is verrassend groot, met keuken, eettafel en zelfs een tweede slaap-/zitkamer. Het is rommelig maar knus ingericht, terwijl een grote verzameling boeken en foto's de muren versieren. Verder is de boomhut aan één kant open wat ons nog dichter bij de omringende woudreuzen brengt. Aan de zijkanten zijn geïmproviseerde 'rolluiken' aangebracht en er is zelfs electriciteit aanwezig. Met een kop gemberthee zitten we tijdje te praten en al vroeg zoeken we ons bed op. Volgens Julia kan ik 's nachts wat lawaai vanuit de keuken horen, maar ze stelt me gerust door er luchtig aan toe te voegen dat het maar een l'hoest monkey of cervat cat is, op zoek naar voedsel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is om een rondscharrelende aap in je keuken te hebben!

    Natuurlijk is het een aparte ervaring om de nacht in een (niet-toeristische!) boomhut door te brengen; het ritmische getik van de regen op het dak, het dichte bladerdek om ons heen en de typische, mysterieuze geluiden die vanuit het bos komen. Ik lig nog maar net in bed wanneer in de verte het getrompetter van olifanten klinkt; een roep die zich nog regelmatig herhaalt gedurende de nacht. Tot mijn verrassing is het niet zo koud als ik verwacht had en ik slaap uitstekend, ondanks de wetenschap dat allerlei dieren, van spinnen en slangen tot apen en wilde katten, ongehinderd binnen kunnen komen...

 

Woensdag, 4 juli 2007

    De wekker klinkt om 07.00 uur en al snel is Julia verdwenen voor haar dagelijkse bezoek aan de chimps. Na mijn ontbijt in het restaurant neem ik een kijkje bij de nieuwe lodge en ik ben blij om weer nieuwe vooruitgang te zien. Rond 10.00 uur arriveert de Chief Warden van UWA en kunnen we eindelijk beginnen met waar we voor gekomen zijn. De vergadering duurt tot lunchtijd, waarna we nog een tijdje moeten wachten op een vrachtwagen met besteld materiaal die maar niet komt. Uiteindelijk vertrekken we pas halverwege de middag en rijden we via een alternatieve short cut terug. De route blijkt inderdaad korter te zijn, maar niet bepaald tijdbesparend en pas laat in de avond arriveren we in Kampala.

 

Zaterdag, 7 juli 2007

    Omdat we sinds enige tijd zelf in het boerenleven verwikkeld zijn geraakt, besluiten we vandaag eens langs te gaan bij een andere Hollandse boer. Vergezeld door Lennart, Hans en Edna rijden we naar de biologische boerderij 'Anam Cara' van Theo Groot, net buiten Kampala gelegen. Deze Nederlander, die 25 jaar geleden als ontwikkelingswerker naar Afrika is vertrokken, heeft nu een groot stuk land waarop hij verschillende gewassen verbouwd voor zijn uitgebreide veestapel; melkgeiten, koeien, legkippen, varkens en een ezel. In plaats van weiden, houdt hij de dieren in hokken en geeft ze dagelijks een nauwkeurig samengestelde voedingsmix. Het concept van kunstmatig voederen zal zo best zijn voordelen hebben, maar persoonlijk vind ik het niets dat die beesten niet vrij kunnen rondlopen.
    De rondleiding eindigt met een uitnodiging voor een kop koffie. We betreden een prachtig aangelegde veranda temidden van een kleurige, volle tuin en met een wijds uitzicht op de groene omgeving. Theo vertelt ons hoe hij zich naast de agrarische activiteiten ook inzet voor de lokale gemeenschap en o.a. een schooltje steunt. De uitdagingen die hierbij komen kijken en de confronterende levensomstandigheden van de mensen zorgen voor genoeg gesprekstof voor de rest van de middag. Interessant om te zien waar andere Nederlanders zich zoal mee bezig houden in Oeganda!

    Enkele weken geleden hebben we overigens besloten dat het hoog tijd wordt om de grens van Oeganda weer eens over te steken. Dit keer geen retourtje Nederland, helaas, maar we hebben een iets tropischer oord in gedachten. Helder groenblauw water, langerekte witte zandstranden, wuivende palmen op een verkoelend zeebriesje, zwemmen met dolfijnen en cocktails drinken in een hangmat... Zanzibar, here we come!

Naar boven

Vrijdag, 13 juli 2007

    Vrijdag de 13e... Een dag die bij voorbaat al gedoemd is te mislukken als je het een willekeurige Oegandees vraagt. Maar voor ons is het een doodnormale dag. 's Morgens krijgen we bezoek van enkele Nederlandse toeristen op de farm en voor de verandering prijkt er een stralende zon aan de blauwe lucht. Na ruim drie maanden lijkt het erop dat de regenachtige dagen en frisse avonden eindelijk voorbij zijn. Hoewel we eigenlijk alleen voor dit gebied kunnen spreken. De inwoners van Mbarara hebben namelijk al maanden geen regen meer gezien, terwijl in Fort Portal (200 km naar het noorden) er nog dagelijks een bui valt.

 

Zaterdag, 21 juli 2007

    Zanzibar is net zo exotisch als de naam aandoet. Tijdens de tweeënhalf uur durende vlucht van Oeganda naar het Tanzaniaanse eiland worden we eerst op een prachtig uitzicht op het "dak van Afrika" getrakteerd. De besneeuwde bergtop van de Kilimanjaro steekt imposant boven de wolken uit, met de iets lager gelegen Mount Meru verderop. Ook de kustlijn van Tanzania is duidelijk te zien en niet lang daarna doemt Zanzibar op; midden in een turquoise zee die doorspikkeld is met kleine eilandjes en witte zeilen van de passerende dhows (traditioneel Arabisch schip). Bij de eerste stap op het eiland worden we aangenaam verwelkomd door de warmte en een zoete, kruidige lucht.

    Unguja is de lokale aanduiding voor het eiland dat wij als ‘Zanzibar’ kennen, en vormt samen met Pemba en tientallen omringende kleine eilandjes het archipel Zanzibar. Het ligt zo’n 40 km van de kust van Tanzania, en is 90 km lang en circa 30 km breed. De hoofdstad Stone Town beschikt over een miniscuul vliegveldje, waar we nog net wat geld kunnen wisselen. Een bagageband ontbreekt, in plaats daarvan worden de koffers op een toonbank neergelegd, om direct door de juiste persoon afgehaald te worden. Eenmaal buiten zien we al snel tussen de opdringerige taxichauffeurs iemand van ons hotel staan en in een gammele Pajero gaan we op weg naar het noorden van het eiland.
    Het straatbeeld komt ons bekend voor van Oeganda en tegelijkertijd zien we ook grote verschillen. Niet alleen boda-boda's (met helm op!) en lokale taxibusjes, dala dala genoemd, maken deel uit van het verkeer, maar ook ezels en ossekarren dienen als veelvoorkomend vervoermiddel. Langs de verharde weg, waar slechts sporadisch een pothole voorkomt, bevindt zich een groot aantal fruit- en groentekraampjes en andere bedrijvigheid. Op straat lopen mannen in typische djellaba's (witte 'jurken') en vrouwen zijn gesluierd in kleurige gewaden. De huizen en gebouwen, in onmiskenbaar Arabische stijl opgetrokken, maken geleidelijk aan plaats voor kleine hutjes, met daken van palmbladeren. Het binnenland is erg groen, bezaaid met palmbomen en, net zoals in Oeganda, lijken overal mensen te wonen.
    Met regelmatig zicht op de aanlokkend zee aan onze linkerkant, bereiken we na ongeveer een uur rijden het dorpje Nungwi. Dit vissersplaatsje, dat ooit het bouwcentrum van dhow's was, is gedurende de laatste tien jaar een steeds populairder backpackersoord geworden, met als gevolg dat de inwoners nu omgeven worden door een groeiend aantal hotels, bars, restaurants, winkeltjes en halfnaakte buitenlanders. Maar ondanks het opkomende toerisme heerst er nog steeds een ongedwongen sfeer en worden toeristen vriendelijk begroet met enkele Swahili woorden.

    Een slechte weg brengt ons vanuit Nungwi naar onze eindbestemming: Tanzanite Beach Resort. Hier worden we geconfronteerd met een minder mooi beeld van Zanzibar: hoge, grijze muren scheiden de verschillende resorts van elkaar en er is nog maar weinig groen te bekennen. Gelukkig wordt dit al snel weer goed gemaakt wanneer we de muren van onze eigen lodge gepasseerd zijn. Een tiental witte bungalows liggen verspreid over het terrein, op korte afstand van een sfeervol restaurant. Onze kamer met privé veranda ligt op nog geen tien meter van de zee (bij vloed). Het hele resort is op een rots gelegen en beneden ons strekt zich een kilometerslang strand uit.
    Na een hartelijk ontvangst en korte verkenning van de omgeving, nestelen we ons met een drankje op de strandbedden en genieten van het paradijselijke uitzicht. De kust is inderdaad zoals het op de bekende brochureplaatjes voorgesteld wordt: azuurblauwe zee, hagelwit strand, afgeschermd door grillige rotsen en hier en daar een palmboom. Alleen de ontbrekende zon maakt het plaatje niet compleet. We proberen nog een stukje over het strand richting Nungwi te wandelen, maar de schemering en het opkomende water dwingen ons al snel via de weg weer terug te keren.
     Hoewel juli ook op Zanzibar hoogseizoen betekent, zijn we één van de weinige gasten die 's avonds in het restaurant aanschuiven. Desalniettemin krijgen we een heerlijk (vis)gerecht voorgeschoteld en drinken we nog een 'Kilimanjaro' (Tanzaniaans bier dat echter niet aan onze Bell kan tippen) in de ietwat winderige lounge.

Zeester

Zondag, 22 juli 2007

    Je gaat slapen en wordt wakker met het geluid van de golven... Met de luiken open kunnen we zelfs de zee zien vanuit ons bed. De felle zon wekt ons al vroeg en door de warme stralen ziet de omgeving er opeens een stuk tropischer uit. Het geeft de zee een nog diepere kleur en maakt het zand nóg witter. Maar ons geluk duurt niet lang, want na het onbijt is de lucht al weer betrokken. Donkere wolken drijven snel over het eiland en vanaf onze veranda wachten we de regenbui af. Het is hevig maar kort en zodra het over is wandelen we via het strand naar Nungwi.
    In plaats van de Afrikaanse vijf minuten die de lodge manager ons voorgehouden had, doen we er wel een half uur over, maar het is een plezierige wandeling. We passeren een vuurtoren die op het uiterst noordelijke puntje van het eiland ligt, en vervolgens tientallen aaneengesloten resorts. In een baai omzoomd door palmbomen liggen vissersbootjes in het water en spelen kinderen in de branding. Mannen roepen vriendelijk "Jambo" of proberen iets te verkopen. Na de wat luxere, grote hotels volgen de kleine backpackershostels, duikscholen en barretjes. We lunchen in één van de lokale restaurantjes, waarna we het plaatsje verder verkennen. Aan een pleintje ligt een supermarkt, enkele souvenirshops en een kledingwinkeltje, voor als je onverhoopt je bikini vergeten zou zijn. De hoofdstraat van het dorp is één en al kuil, gevuld met het regenwater dat in korte tijd gevallen is.
    Via het strand lopen we weer terug en nemen een kijkje bij Mnarani Natural Aquarium (Mnarani = plek van de vuurtoren). In een natuurlijk bassin zwemmen reuzeschildpadden en enkele vissen rond, terwijl baby turtles tevergeefs uit de kleinere bakjes proberen te klimmen. Het geheel wekt een armoedige indruk, maar desondanks vormt het een veilige opvangplaats voor gevonden zeeschildpadden en bovendien komen de opbrengsten ten goede aan zowel het project als de lokale gemeenschap die het in stand houdt. Bij het aquarium maken we ook kennis met Suleyman, een lokale jongen met een vlotte babbel en die ons weet over te halen tot het boeken van een excursie voor de volgende dag: een combi-tour naar een Spice Farm en Stone Town.

    's Avonds maken we gebruik van het gratis vervoer naar Nungwi dat door ons hotel wordt aangeboden. We dineren heerlijk bij een restaurant op een soort pier en drinken exotisch genaamde cocktails bij Cholo's. Deze bar bevindt zich direct op het strand en bestaat uit delen van een oude dhow. Goede muziek, alcohol dat rijkelijk vloeit, veel backpackers en rasta's, en hier en daar een joint; alle ingrediënten voor een populaire strandbar!

Naar boven

Maandag, 23 juli 2007

    Een min of meer verplichte excursie op Zanzibar is de Spice Tour. Vanaf de 17e eeuw was het eiland een bloeiend handelscentrum en kwamen schepen uit de hele wereld voor de kruiden (en slaven). En nog steeds vormt de productie van specerijen, met name kruidnagel en nootmuskaat, één van de belangrijkste inkomstenbronnen op het “kruideneiland”.

    Na het ontbijt worden we opgehaald en met nog twee (Italiaanse) stellen rijden we naar het zuiden. Nogmaals valt ons de overheersende aanwezigheid van Italiaanse toeristen op. Het hele eiland lijkt zich hierop aangepast te hebben: de lokale bevolking die in het toerisme werkt, spreekt vloeiend Italiaans, in de restaurants bestaan de menukaarten uit visgerichten en pizza’s, en aan de oostkant van het eiland zijn zelfs enkele resorts uitsluitend op Italianen gericht!
    In de “spice area” van Zanzibar bevindt zich een groot aantal verschillende farms waar de gidsen al op onze komst staan te wachten. Eén van hen leidt ons rond en licht elke plant, kruid en vrucht gedetailleerd toe. We zien kruidnagel, nootmuskaat, vanille en kaneel groeien. Sterappels en mandarijnen worden van bomen geplukt, gemberwortels worden opgegraven en we leren meer over cherimoya, peper (korrels) en de lipstick plant. Uiteraard moeten we ook overal aan ruiken of van proeven. Tussendoor worden wij vrouwen versierd met kettingen en brillen, gemaakt van bladeren, en de mannen krijgen een gevlochten stropdas en hoed. Eén van de jongens klimt behendig in een hoge palmboom om kokosnoten naar beneden te gooien, die vervolgens voor ons opengesneden worden. Uiteraard eindigt de tour bij een kraampje waar we verwacht worden de keurig ingepakte specerijen te kopen. Al met al een behoorlijk toeristisch gedoe, maar wel interessant!

    Een bezoek aan de hoofdstad van Zanzibar, Stone Town, neemt ons mee naar de vervlogen tijden van slavernij, sultans en kolonialisme. Het Zanzibar van “Duizend-en-één-nacht”. We volgen een lokale gids naar Livingstone’s House en de plek waar Freddy Mercury heeft gewoond. Hij gaat zo op in zijn pogingen om Italiaans te spreken, dat hij de vertaling voor ons helemaal vergeet. Uiteindelijk geeft hij het op en gaat op het Engels over, wat door de Italianen een stuk beter begrepen wordt.
    Vervolgens leidt hij ons door een doolhof van nauwe straatjes en kronkelige steegjes, langs vervallen Arabische huizen, fraai bewerkte deuren en drukke bazaars waar de verkopers ons vriendelijk maar dringend aanmanen om iets te kopen. We passeren de haven, het Palace Museum ( ooit de residentie van de Sultan van Zanzibar), en “Beit al Ajaib” (House of Wonders). We slenteren over de vis- en kleurige groentemarkt en beklimmen trappen naar het dak van een hotel met wijds uitzicht over de hele stad. De tijd lijkt hier stil te hebben gestaan en elke hoek is vervuld met het rijke verleden van de oude handelsplaats.

    Halverwege de middag gaan we lunchen in het Arabisch Fort. Vervolgens worden we meegelootst naar een toeristisch souvenirswinkeltje waar we verplicht met een mandje voor souvenirs moet shoppen en dienen af te rekenen bij een heuse kassa. Onze gids ziet ongetwijfeld zijn commissie al tegemoet, net zoals de andere tientallen gidsen die hier hun klanten ‘uitlaten’. Natuurlijk is dit geen plek voor ons en bovendien zien we niets dat in Oeganda niet verkrijgbaar is. Sowieso is het aan te raden om Stone Town op eigen gelegenheid te bezoeken. Onder de hoede van een gids kun je je namelijk niet lekker laten verdwalen in het labyrint van de smalle straatjes, langer stilstaan bij de fascinerende oude huizen en de kleine, onopvallende winkeltjes induiken die de gids nu haastig voorbij loopt. Maar andersom zit het onze gids tijdens deze tour ook niet bepaald mee: eerst zijn mislukte pogingen om vloeiend Italiaans te spreken, vervolgens raakt hij ons om de beurt kwijt omdat we ons over verschillende winkeltjes verspreiden en tot slot van rekening duurt de rondleiding anderhalf uur langer dan gepland. Wanneer we om 16.30 uur weer bij het minibusje arriveren, doet zich een nieuw probleem voor. Volgens onze vriend Suleyman is de service van de gids bij onze totaalprijs voor de excursie inbegrepen. Maar ónze gids beweert dat hij nog 25 dollar van ons te goed heeft. Na enkele telefoontjes met Suleyman en veelvuldig "hakuna matata" gehoord te hebben, betalen we de opgeluchte gids van Stone Town. Het bedrag wordt in mindering gebracht op het restant dat we Suleyman bij terugkomst betalen en alles is weer "poa" (cool).

 

Dinsdag, 24 juli 2007

    Een dag waarop we ons voorgenomen hebben om lekker niets te doen en optimaal van de zon te genieten. Helaas werkt het weer niet echt mee want al snel is de zon achter een dikke laag wolken verdwenen. Wind en wat regen bepalen een groot gedeelte van de morgen, tot rond lunchtijd de zon weer tevoorschijn komt.
    In de loop van de middag wandelen we naar Nungwi en drinken een heerlijke cocktail op een terrasje aan South Beach. Het kleine strand wordt overspoeld door mzungu's die liggen te zonnen, beachvolleybal spelen of een henna tattoo laten zetten. Toch is het een mooie baai dat heerlijk uit de wind ligt en gezien de ligging prachtige zonsondergangen biedt. Langzaam slenteren we terug en boeken nog een snorkeltour bij Suleyman voor de volgende dag.
    Dezelfde strandwandeling maken we later op de avond weer, ditmaal bij het licht van de maan. Op het strand van South Beach proberen we weer een nieuw visgerecht uit en drinken we nog wat bij de populaire beachbar Cholo's.Schelp

 

Woensdag, 25 juli 2007

    Zoals afgesproken worden we in de ochtend door een dhow bij ons hotel opgehaald voor de snorkeltour. Ondanks dat het vloed is, kan de boot niet dichtbij komen dus met het water tot ons middel waden we er zelf naar toe. Met drie zeilboten vol toeristen zetten we koers naar Mnemba Atoll, dat circa anderhalf uur varen is. Het eiland ligt ruim twee kilometer van de noordoostkust en beschikt over een prachtig koraalrif, zeer populair bij duikers en snorkelaars. Het anker wordt uitgegooid en uitgerust met snorkel, duikbril en flippers laten we ons in het water zakken. Ondanks dat het vrij koud is, genieten we volop van de schoonheid onder water. Het is alsof we ons in een aquarium bevinden; de ene vis is nog tropischer en kleuriger dan de andere! We zien regenboogvissen, dikke gele vissen, slangachtige vissen, kleurrijke anemonen en zeeëgels. Felrode zeesterren liggen op de bodem tussen het wuivende koraal en voor je het weet bevindt je je midden in een school 'zebra'visjes.

    Na ruim een uur is de hele groep weer terug op de boot en varen we naar de kust voor de lunch. In tegenstelling tot de scherpe steentjes en rotsstukken bij het strand voor ons hotel, bestaat de zeebodem hier uit zacht zand, en ook het water voelt een stuk warmer aan. Zelfs het zand is zo mogelijk nog witter en zo fijn als poeder. Een paradijselijke plek waar we met tegenzin halverwege de middag weer vertrekken. Ditmaal wordt het zeil gestreken en met het zachte gesputter van de motor op de achtergrond, laten we ons rustig terug naar Nungwi varen...

Naar boven

Donderdag, 26 juli 2007

"Jambo, habari?"
- "Mzuri."
"Do you want to go for a snorkeling tour? We leave tomorrow, cheap price for you."

    Dit gesprekje herhaalt zich een keer of tien wanneer we langs het strand naar Nungwi lopen. Helaas voor de beachboys hebben wij genoeg georganiseerde tours voor deze week gehad en moeten we hen vriendelijk bedanken met "hapana".
    Ook vandaag vermaken we ons weer prima met lekker luieren aan het strand, een boek lezen in de hangmat, slenteren door de branding en lekker eten bij maanlicht. Zanzibar is echt een paradijs in de Indische Oceaan! Waar overigens maar weinig toeristen bij stilstaan is dat dezelfde zee als waar ze overdag in zwemmen, tevens als openbaar toilet van de plaatselijke bevolking dienst doet. Zodra de zon onder is, komen de lokalen in groepjes het strand op, om hun behoefte ongegeneerd in de branding te doen. En nog steeds is de zee prachtig blauw en schittert het heldere water in de stralen van de zon...

 

Vrijdag, 27 juli 2007

    De laatste volle dag op Zanzibar! Omdat we graag wat meer van het eiland willen zien, hebben we voor vandaag een motor geregeld. We nemen de enige weg naar het zuiden en slaan vervolgens linksaf om aan de oostkust uit te komen. Matemwe ligt zo’n tien kilometer ten zuiden van Nungwi en is een traditioneel vissersplaatsje met kleine huisjes en wuivende palmbomen. We nemen een kijkje op het strand waar voornamelijk lokale vissersmannen bezig zijn. In het water liggen een paar verlaten dhows en ngalawa’s (handgemaakte kano's).

    De hoofdweg op het eiland is grotendeels bedekt met een strakke laag asfalt dat slechts hier en daar wat barsten vertoont. Een aangename afwisseling! Ook het verkeer is gering, maar desondanks hebben we regelmatig met obstakels te maken, in de vorm van hinderlijke politie check-points waar we stuk voor stuk worden aangehouden. Twee mzungu’s op een motor zijn natuurlijk véél interessanter dan de vrachtwagentjes die elke dag langs tuffen. Een gesprek gaat dan ook standaard als volgt: “Where do you come from?““Where are you going?”“Can I see your license?” Gelukkig zijn we zo slim geweest om een lokaal rijbewijs te regelen voor 10 dollar, want zodra dit papiertje gehoorzaam te voorschijn wordt gehaald, slinkt de interesse aanzienlijk. Met een handgebaar laten ze ons weten dat we door mogen rijden en moeten we de moeilijk startende motor weer aan de praat zien te krijgen.

    Vanuit Matemwe rijden we naar het zuiden, passeren we Pwani Mchangani en vele grote resorts aan de kust gelegen. Negen kilometer verder ligt Kiwengwa; een klein kustplaatsje met prachtig strand en een paar grote, exclusieve, Italiaanse all-inclusive resorts. We komen uit bij een ‘souvenirsdorpje’ met nauw aaneengesloten toeristenwinkeltjes en hier een daar een eetkraampje. Groepjes Map ZanzibarMasai-vrouwen en hun kinderen zitten in de schaduw van palmbomen sieraden te maken, terwijl de Masai-mannen op het strand lopen, met de onmiskenbare taak om de toeristen te vermaken. Ongetwijfeld spreken ook zij vloeiend Italiaans!
    We kopen een soda bij één van de stalletjes en gaan op het strand zitten, ondertussen het schouwspel om ons heen in ons opnemend. Ook de motor kan wel wat vloeistof gebruiken, maar omdat er hier niets te krijgen is, moeten we het binnenland weer in. Via de hoofdweg rijden we verder naar het zuiden; een slingerende weg door een prachtige omgeving, met veel groen, palmbomen en vrolijke kinderen die staan te zwaaien.

    De weg eindigt in Chwaka: een grote vissersplaats met uitzicht op een wijde baai omzoomd door mangrovemoerassen. In het begin van de 19e eeuw was het een belangrijke haven voor de export van slaven naar het Midden-Oosten. Later werd het een populaire vakantiebestemming voor de Britse kolonisten en hun grote, verlaten villa's staan nog steeds langs de kust.
    Tegenwoordig is er niet veel meer te beleven, op een grote vismarkt na, en is het vooral vergane glorie dat het plaatsje kenmerkt. We lunchen bij één van de twee nog aanwezige hotels en gaan dan snel weer op weg richting Jozani Forest. Helaas worden we na een paar kilometer weer gedwongen om te stoppen; ditmaal niet door een politieman, maar een lekke band. Gelukkig trekken mzungu’s ook hier op Zanzibar direct de aandacht van lokalen en voor we het weten staat onze motor al bij een winkeltje geparkeerd, met een paar behulpzame mannen eromheen die beweren dat ze de band wel kunnen plakken. Terwijl ze aan de slag gaan en ondertussen een geanimeerd gesprek voeren (uiteraard in het niet voor ons te volgen Swahili) verzamelen er zich gedurende het volgende uur steeds meer mensen om ons heen. En ja hoor, de mannen slagen met het beperkte gereedschap erin om de band te maken, nog vrij snel en netjes ook!
    We verwachten een astronomisch hoog bedrag te moeten betalen als vergoeding voor hun werk. En natuurlijk staan degene die er als laatste bij zijn gekomen, en absoluut geen vinger hebben uitgestoken, meteen vooraan om mee te profiteren van het bezoek van de mzungu’s. De 10,000 Tsh (8 dollar) valt ons echter mee en aangezien we toch niet kleiner hebben, betalen we hen het gevraagde bedrag. Het briefgeld wordt onder luid gejuich in ontvangst genomen, wat nogmaals benadrukt hoeveel de betekenis van een simpel briefje kan verschillen. Naar hun opvattingen is het ongetwijfeld een belachelijk hoge vergoeding voor het plakken van band en gelijk aan een halve maand werken. Maar als we toch geld moeten achterlaten op het eiland, dan het liefst bij dit soort mensen; zij hebben het duidelijk ’t hardste nodig én hebben zich er ook nog eens aardig voor uitgesloofd.

    We rijden terug naar het noorden waarbij we de oostkustweg weer volgen. In Pongwe kunnen we het niet laten om weer even bij het strand te stoppen. Het is een klein dorpje dat maar weinig toeristen kent, maar het heeft een idyllisch wit zandstrand, weelderig omringd door palmbomen. Dichter bij Nungwi ligt Kendwa, een klein toeristisch plaatsje dat ook over een schitterend strand zou moeten beschikken. Een zeer hobbelige weg leidt ons naar de kust maar nergen komen we bij het beloofde strand uit; overal stuiten we op gesloten hekken van hotels en guesthouses! We rijden de laatste paar kilometers terug naar Nungwi en nadat we de motor netjes hebben afgeleverd, sluiten we de mooie dag af op een terrasje met uitzicht op de ondergaande zon.

 

Zaterdag, 28 juli 2007

    We genieten nog even van de ochtendzon, maken een laatste, korte wandeling over het strand en rond het middaguur worden we door de eigenaar van het resort naar Stone Town gebracht. Eenmaal op het vliegveld blijkt er al een lange rij te staan voor de incheckbalie van Kenya Airways; een rij die ook áchter ons alsmaar blijft groeien. Met een Afrikaanse efficiëntie worden de reizigers één voor één geholpen en tegen de tijd dat we ingecheckt zijn kunnen we al meteen het vliegtuig in stappen.

    En zoals met alles is ook aan ons verblijf op Zanzibar een eind gekomen. Het voordeel dat wij echter hebben is dat we niet naar Nederland hoeven terug te keren. Ons "thuis" ligt (voorlopig) in Oeganda, waar we in feite onze vakantie gewoon doorzetten!

Naar boven

Overzicht Onze Ervaringen