Dinsdag,
3 juli 2007
Maandagmorgen
kreeg ik (Miranda) te horen dat ik de volgende dag in Kibale
Forest werd verwacht, in verband met de jaarlijks geplande
vergadering met Uganda Wildlife Authority. Amos bevond zich
al bijna een week in Kibale, waar hij nauwgelet de vooruitgang
van de bouw van de nieuwe lodge in de gaten hield.
Dinsdagmiddag vertrek ik dus met
één van onze gidsen richting de Congolese grens
om vroeg in de avond in het national park te arriveren. Ervan
uitgaande dat er nog wel een banda vrij zou zijn, had ik van
tevoren niets geregeld. Maar eenmaal daar blijkt alles volgeboekt
te zijn, voornamelijk door Nederlandse toeristen. Toevallig
zit Amos net aan tafel met een Brits meisje die zich al sinds
'98 met research naar de chimpansees bezig houdt. In opdracht
van onder andere UWA onderzoekt Julia Lloyd het effect dat
het toerisme heeft op het gedrag van deze mensapen. Haar avonden
brengt ze door in een boomhut, speciaal voor dit project gebouwd.
(Lees
meer over haar werk...). Zonder aarzeling biedt Julia
mij onmiddelijk het extra bed in haar tree house
aan en mijn slaapplaats is spontaan geregeld.
Nadat
we gegeten hebben, beginnen er langzaam regendruppels uit
de donkere hemel te vallen en gaan we op weg naar wat al jaren
de verblijfplaats van Julia is. Een steile trap leidt ons
naar de boomhut, op zo'n tien meter boven de grond. De hut
zelf is verrassend groot, met keuken, eettafel en zelfs een
tweede slaap-/zitkamer. Het is rommelig maar knus ingericht,
terwijl een grote verzameling boeken en foto's de muren versieren.
Verder is de boomhut aan één kant open wat ons
nog dichter bij de omringende woudreuzen brengt. Aan de zijkanten
zijn geïmproviseerde 'rolluiken' aangebracht en er is
zelfs electriciteit aanwezig. Met een kop gemberthee zitten
we tijdje te praten en al vroeg zoeken we ons bed op. Volgens
Julia kan ik 's nachts wat lawaai vanuit de keuken horen,
maar ze stelt me gerust door er luchtig aan toe te voegen
dat het maar een l'hoest monkey of cervat cat is, op zoek
naar voedsel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is
om een rondscharrelende aap in je keuken te hebben!
Natuurlijk
is het een aparte ervaring om de nacht in een (niet-toeristische!)
boomhut door te brengen; het ritmische getik van de regen
op het dak, het dichte bladerdek om ons heen en de typische,
mysterieuze geluiden die vanuit het bos komen. Ik lig nog
maar net in bed wanneer in de verte het getrompetter van olifanten
klinkt; een roep die zich nog regelmatig herhaalt gedurende
de nacht. Tot mijn verrassing is het niet zo koud als ik verwacht
had en ik slaap uitstekend, ondanks de wetenschap dat allerlei
dieren, van spinnen en slangen tot apen en wilde katten, ongehinderd
binnen kunnen komen...
Woensdag, 4 juli
2007
De
wekker klinkt om 07.00 uur en al snel is Julia verdwenen voor
haar dagelijkse bezoek aan de chimps. Na mijn ontbijt in het
restaurant neem ik een kijkje bij de nieuwe lodge en ik ben
blij om weer nieuwe vooruitgang te zien. Rond 10.00 uur arriveert
de Chief Warden van UWA en kunnen we eindelijk beginnen met
waar we voor gekomen zijn. De vergadering duurt tot lunchtijd,
waarna we nog een tijdje moeten wachten op een vrachtwagen
met besteld materiaal die maar niet komt. Uiteindelijk vertrekken
we pas halverwege de middag en rijden we via een alternatieve
short cut
terug. De route blijkt inderdaad korter te zijn, maar niet
bepaald tijdbesparend en pas laat in de avond arriveren we
in Kampala.
Zaterdag, 7 juli
2007
Omdat
we sinds enige tijd zelf in het boerenleven verwikkeld zijn
geraakt, besluiten we vandaag eens langs te gaan bij een andere
Hollandse boer. Vergezeld door Lennart, Hans en Edna rijden
we naar de biologische boerderij 'Anam Cara' van Theo Groot,
net buiten Kampala gelegen. Deze Nederlander, die 25 jaar
geleden als ontwikkelingswerker naar Afrika is vertrokken,
heeft nu een groot stuk land waarop hij verschillende gewassen
verbouwd voor zijn uitgebreide veestapel; melkgeiten, koeien,
legkippen, varkens en een ezel. In plaats van weiden, houdt
hij de dieren in hokken en geeft ze dagelijks een nauwkeurig
samengestelde voedingsmix. Het concept van kunstmatig voederen
zal zo best zijn voordelen hebben, maar persoonlijk vind ik
het niets dat die beesten niet vrij kunnen rondlopen.
De rondleiding eindigt met een uitnodiging
voor een kop koffie. We betreden een prachtig aangelegde veranda
temidden van een kleurige, volle tuin en met een wijds uitzicht
op de groene omgeving. Theo vertelt ons hoe hij zich naast
de agrarische activiteiten ook inzet voor de lokale gemeenschap
en o.a. een schooltje steunt. De uitdagingen die hierbij komen
kijken en de confronterende levensomstandigheden van de mensen
zorgen voor genoeg gesprekstof voor de rest van de middag.
Interessant om te zien waar andere Nederlanders zich zoal
mee bezig houden in Oeganda!
Enkele
weken geleden hebben we overigens besloten dat het hoog tijd
wordt om de grens van Oeganda weer eens over te steken. Dit
keer geen retourtje Nederland, helaas, maar we hebben een
iets tropischer oord in gedachten. Helder groenblauw water,
langerekte witte zandstranden, wuivende palmen op een verkoelend
zeebriesje, zwemmen met dolfijnen en cocktails drinken in
een hangmat... Zanzibar, here we come!
Naar boven
Vrijdag, 13 juli 2007
Vrijdag
de 13e... Een dag die bij voorbaat al gedoemd is te mislukken
als je het een willekeurige Oegandees vraagt. Maar voor ons
is het een doodnormale dag. 's Morgens krijgen we bezoek van
enkele Nederlandse toeristen op de farm en voor de verandering
prijkt er een stralende zon aan de blauwe lucht. Na ruim drie
maanden lijkt het erop dat de regenachtige dagen en frisse
avonden eindelijk voorbij zijn. Hoewel we eigenlijk alleen
voor dit gebied kunnen spreken. De inwoners van Mbarara hebben
namelijk al maanden geen regen meer gezien, terwijl in Fort
Portal (200 km naar het noorden) er nog dagelijks een bui
valt.
Zaterdag, 21
juli 2007
Zanzibar
is net zo exotisch als de naam aandoet. Tijdens de tweeënhalf
uur durende vlucht van Oeganda naar het Tanzaniaanse eiland
worden we eerst op een prachtig uitzicht op het "dak
van Afrika" getrakteerd. De besneeuwde bergtop van de
Kilimanjaro steekt imposant boven de wolken uit, met de iets
lager gelegen Mount Meru verderop. Ook de kustlijn van Tanzania
is duidelijk te zien en niet lang daarna doemt Zanzibar op;
midden in een turquoise zee die doorspikkeld is met kleine
eilandjes en witte zeilen van de passerende
dhows (traditioneel Arabisch schip). Bij de eerste
stap op het eiland worden we aangenaam verwelkomd door de
warmte en een zoete, kruidige lucht.
Unguja
is de lokale aanduiding voor het eiland dat wij als ‘Zanzibar’
kennen, en vormt samen met Pemba en tientallen omringende
kleine eilandjes het archipel Zanzibar. Het ligt zo’n
40 km van de kust van Tanzania, en is 90 km lang en circa
30 km breed. De hoofdstad Stone Town beschikt over een miniscuul
vliegveldje, waar we nog net wat geld kunnen wisselen. Een
bagageband ontbreekt, in plaats daarvan worden de koffers
op een toonbank neergelegd, om direct door de juiste persoon
afgehaald te worden. Eenmaal buiten zien we al snel tussen
de opdringerige taxichauffeurs iemand van ons hotel staan
en in een gammele Pajero gaan we op weg naar het noorden van
het eiland.
Het straatbeeld komt ons bekend voor
van Oeganda en tegelijkertijd zien we ook grote verschillen.
Niet alleen boda-boda's (met helm op!) en lokale taxibusjes,
dala dala genoemd, maken deel uit van het verkeer,
maar ook ezels en ossekarren dienen als veelvoorkomend vervoermiddel.
Langs de verharde weg, waar slechts sporadisch een pothole
voorkomt, bevindt zich een groot aantal fruit- en groentekraampjes
en andere bedrijvigheid. Op straat lopen mannen in typische
djellaba's (witte 'jurken') en vrouwen zijn gesluierd
in kleurige gewaden. De huizen en gebouwen, in onmiskenbaar
Arabische stijl opgetrokken, maken geleidelijk aan plaats
voor kleine hutjes, met daken van palmbladeren. Het binnenland
is erg groen, bezaaid met palmbomen en, net zoals in Oeganda,
lijken overal mensen te wonen.
Met regelmatig zicht op de aanlokkend zee
aan onze linkerkant, bereiken we na ongeveer een uur rijden
het dorpje Nungwi. Dit vissersplaatsje, dat ooit het bouwcentrum
van dhow's was, is gedurende de laatste tien jaar
een steeds populairder backpackersoord geworden, met als gevolg
dat de inwoners nu omgeven worden door een groeiend aantal
hotels, bars, restaurants, winkeltjes en halfnaakte buitenlanders.
Maar ondanks het opkomende toerisme heerst er nog steeds een
ongedwongen sfeer en worden toeristen vriendelijk begroet
met enkele Swahili woorden.
Een
slechte weg brengt ons vanuit Nungwi naar onze eindbestemming:
Tanzanite
Beach Resort. Hier worden we geconfronteerd met een minder
mooi beeld van Zanzibar: hoge, grijze muren scheiden de verschillende
resorts van elkaar en er is nog maar weinig groen te bekennen.
Gelukkig wordt dit al snel weer goed gemaakt wanneer we de
muren van onze eigen lodge gepasseerd zijn. Een tiental witte
bungalows liggen verspreid over het terrein, op korte afstand
van een sfeervol restaurant. Onze kamer met privé veranda
ligt op nog geen tien meter van de zee (bij vloed). Het hele
resort is op een rots gelegen en beneden ons strekt zich een
kilometerslang strand uit.
Na een hartelijk ontvangst en korte verkenning
van de omgeving, nestelen we ons met een drankje op de strandbedden
en genieten van het paradijselijke uitzicht. De kust is inderdaad
zoals het op de bekende brochureplaatjes voorgesteld wordt:
azuurblauwe zee, hagelwit strand, afgeschermd door grillige
rotsen en hier en daar een palmboom. Alleen de ontbrekende
zon maakt het plaatje niet compleet. We proberen nog een stukje
over het strand richting Nungwi te wandelen, maar de schemering
en het opkomende water dwingen ons al snel via de weg weer
terug te keren.
Hoewel juli ook op Zanzibar hoogseizoen
betekent, zijn we één van de weinige gasten
die 's avonds in het restaurant aanschuiven. Desalniettemin
krijgen we een heerlijk (vis)gerecht voorgeschoteld en drinken
we nog een 'Kilimanjaro' (Tanzaniaans bier dat echter niet
aan onze Bell kan tippen) in de ietwat winderige lounge.

Zondag, 22 juli
2007
Je
gaat slapen en wordt wakker met het geluid van de golven...
Met de luiken open kunnen we zelfs de zee zien vanuit ons
bed. De felle zon wekt ons al vroeg en door de warme stralen
ziet de omgeving er opeens een stuk tropischer uit. Het geeft
de zee een nog diepere kleur en maakt het zand nóg
witter. Maar ons geluk duurt niet lang, want na het onbijt
is de lucht al weer betrokken. Donkere wolken drijven snel
over het eiland en vanaf onze veranda wachten we de regenbui
af. Het is hevig maar kort en zodra het over is wandelen we
via het strand naar Nungwi.
In plaats van de Afrikaanse vijf minuten
die de lodge manager ons voorgehouden had, doen we er wel
een half uur over, maar het is een plezierige wandeling. We
passeren een vuurtoren die op het uiterst noordelijke puntje
van het eiland ligt, en vervolgens tientallen aaneengesloten
resorts. In een baai omzoomd door palmbomen liggen vissersbootjes
in het water en spelen kinderen in de branding. Mannen roepen
vriendelijk "Jambo" of proberen iets te verkopen.
Na de wat luxere, grote hotels volgen de kleine backpackershostels,
duikscholen en barretjes. We lunchen in één
van de lokale restaurantjes, waarna we het plaatsje verder
verkennen. Aan een pleintje ligt een supermarkt, enkele souvenirshops
en een kledingwinkeltje, voor als je onverhoopt je bikini
vergeten zou zijn. De hoofdstraat van het dorp is één
en al kuil, gevuld met het regenwater dat in korte tijd gevallen
is.
Via het strand lopen we weer terug
en nemen een kijkje bij Mnarani Natural Aquarium (Mnarani
= plek van de vuurtoren). In een natuurlijk bassin zwemmen
reuzeschildpadden en enkele vissen rond, terwijl baby turtles
tevergeefs uit de kleinere bakjes proberen te klimmen. Het
geheel wekt een armoedige indruk, maar desondanks vormt het
een veilige opvangplaats voor gevonden zeeschildpadden en
bovendien komen de opbrengsten ten goede aan zowel het project
als de lokale gemeenschap die het in stand houdt. Bij het
aquarium maken we ook kennis met Suleyman, een lokale jongen
met een vlotte babbel en die ons weet over te halen tot het
boeken van een excursie voor de volgende dag: een combi-tour
naar een Spice Farm en Stone Town.
's
Avonds maken we gebruik van het gratis vervoer naar Nungwi
dat door ons hotel wordt aangeboden. We dineren heerlijk bij
een restaurant op een soort pier en drinken exotisch genaamde
cocktails bij Cholo's. Deze bar bevindt zich direct op het
strand en bestaat uit delen van een oude dhow. Goede muziek,
alcohol dat rijkelijk vloeit, veel backpackers en rasta's,
en hier en daar een joint; alle ingrediënten voor een
populaire strandbar!
Naar boven
Maandag, 23 juli 2007
Een
min of meer verplichte excursie op Zanzibar is de Spice Tour.
Vanaf de 17e eeuw was het eiland een bloeiend handelscentrum
en kwamen schepen uit de hele wereld voor de kruiden (en slaven).
En nog steeds vormt de productie van specerijen, met name
kruidnagel en nootmuskaat, één van de belangrijkste
inkomstenbronnen op het “kruideneiland”.
Na het ontbijt worden
we opgehaald en met nog twee (Italiaanse) stellen rijden we
naar het zuiden. Nogmaals valt ons de overheersende aanwezigheid
van Italiaanse toeristen op. Het hele eiland lijkt zich hierop
aangepast te hebben: de lokale bevolking die in het toerisme
werkt, spreekt vloeiend Italiaans, in de restaurants bestaan
de menukaarten uit visgerichten en pizza’s, en aan de
oostkant van het eiland zijn zelfs enkele resorts uitsluitend
op Italianen gericht!
In de “spice
area” van Zanzibar bevindt zich een groot aantal verschillende
farms waar de gidsen al op onze komst staan te wachten. Eén
van hen leidt ons rond en licht elke plant, kruid en vrucht
gedetailleerd toe. We zien kruidnagel, nootmuskaat, vanille
en kaneel groeien. Sterappels en mandarijnen worden van bomen
geplukt, gemberwortels worden opgegraven en we leren meer
over cherimoya, peper (korrels) en de lipstick plant. Uiteraard
moeten we ook overal aan ruiken of van proeven. Tussendoor
worden wij vrouwen versierd met kettingen en brillen, gemaakt
van bladeren, en de mannen krijgen een gevlochten stropdas
en hoed. Eén van de jongens klimt behendig in een hoge
palmboom om kokosnoten naar beneden te gooien, die vervolgens
voor ons opengesneden worden. Uiteraard eindigt de tour bij
een kraampje waar we verwacht worden de keurig ingepakte specerijen
te kopen. Al met al een behoorlijk toeristisch gedoe, maar
wel interessant!
Een bezoek aan de
hoofdstad van Zanzibar, Stone Town, neemt ons mee naar de
vervlogen tijden van slavernij, sultans en kolonialisme. Het
Zanzibar van “Duizend-en-één-nacht”.
We volgen een lokale gids naar Livingstone’s House en
de plek waar Freddy Mercury heeft gewoond. Hij gaat zo op
in zijn pogingen om Italiaans te spreken, dat hij de vertaling
voor ons helemaal vergeet. Uiteindelijk geeft hij het op en
gaat op het Engels over, wat door de Italianen een stuk beter
begrepen wordt.
Vervolgens leidt hij ons door een doolhof
van nauwe straatjes en kronkelige steegjes, langs vervallen
Arabische huizen, fraai bewerkte deuren en drukke bazaars
waar de verkopers ons vriendelijk maar dringend aanmanen om
iets te kopen. We passeren de haven, het Palace Museum ( ooit
de residentie van de Sultan van Zanzibar), en “Beit
al Ajaib” (House of Wonders). We slenteren over de vis-
en kleurige groentemarkt en beklimmen trappen naar het dak
van een hotel met wijds uitzicht over de hele stad. De tijd
lijkt hier stil te hebben gestaan en elke hoek is vervuld
met het rijke verleden van de oude handelsplaats.
Halverwege
de middag gaan we lunchen in het Arabisch Fort. Vervolgens
worden we meegelootst naar een toeristisch souvenirswinkeltje
waar we verplicht met een mandje voor souvenirs moet shoppen
en dienen af te rekenen bij een heuse kassa. Onze gids ziet
ongetwijfeld zijn commissie al tegemoet, net zoals de andere
tientallen gidsen die hier hun klanten ‘uitlaten’.
Natuurlijk is dit geen plek voor ons en bovendien zien we
niets dat in Oeganda niet verkrijgbaar is. Sowieso is het
aan te raden om Stone Town op eigen gelegenheid te bezoeken.
Onder de hoede van een gids kun je je namelijk niet lekker
laten verdwalen in het labyrint van de smalle straatjes, langer
stilstaan bij de fascinerende oude huizen en de kleine, onopvallende
winkeltjes induiken die de gids nu haastig voorbij loopt.
Maar andersom zit het onze gids tijdens deze tour ook niet
bepaald mee: eerst zijn mislukte pogingen om vloeiend Italiaans
te spreken, vervolgens raakt hij ons om de beurt kwijt omdat
we ons over verschillende winkeltjes verspreiden en tot slot
van rekening duurt de rondleiding anderhalf uur langer dan
gepland. Wanneer we om 16.30 uur weer bij het minibusje arriveren,
doet zich een nieuw probleem voor. Volgens onze vriend Suleyman
is de service van de gids bij onze totaalprijs voor de excursie
inbegrepen. Maar ónze gids beweert dat hij nog 25 dollar
van ons te goed heeft. Na enkele telefoontjes met Suleyman
en veelvuldig "hakuna matata" gehoord te
hebben, betalen we de opgeluchte gids van Stone Town. Het
bedrag wordt in mindering gebracht op het restant dat we Suleyman
bij terugkomst betalen en alles is weer "poa"
(cool).
Dinsdag, 24 juli
2007
Een
dag waarop we ons voorgenomen hebben om lekker niets te doen
en optimaal van de zon te genieten. Helaas werkt het weer
niet echt mee want al snel is de zon achter een dikke laag
wolken verdwenen. Wind en wat regen bepalen een groot gedeelte
van de morgen, tot rond lunchtijd de zon weer tevoorschijn
komt.
In de loop van de middag wandelen we naar
Nungwi en drinken een heerlijke cocktail op een terrasje aan
South Beach. Het kleine strand wordt overspoeld door mzungu's
die liggen te zonnen, beachvolleybal spelen of een henna tattoo
laten zetten. Toch is het een mooie baai dat heerlijk uit
de wind ligt en gezien de ligging prachtige zonsondergangen
biedt. Langzaam slenteren we terug en boeken nog een snorkeltour
bij Suleyman voor de volgende dag.
Dezelfde strandwandeling maken we
later op de avond weer, ditmaal bij het licht van de maan.
Op het strand van South Beach proberen we weer een nieuw visgerecht
uit en drinken we nog wat bij de populaire beachbar Cholo's.
Woensdag, 25
juli 2007
Zoals
afgesproken worden we in de ochtend door een dhow bij ons
hotel opgehaald voor de snorkeltour. Ondanks dat het vloed
is, kan de boot niet dichtbij komen dus met het water tot
ons middel waden we er zelf naar toe. Met drie zeilboten vol
toeristen zetten we koers naar Mnemba Atoll, dat circa anderhalf
uur varen is. Het eiland ligt ruim twee kilometer van de noordoostkust
en beschikt over een prachtig koraalrif, zeer populair bij
duikers en snorkelaars. Het anker wordt uitgegooid en uitgerust
met snorkel, duikbril en flippers laten we ons in het water
zakken. Ondanks dat het vrij koud is, genieten we volop van
de schoonheid onder water. Het is alsof we ons in een aquarium
bevinden; de ene vis is nog tropischer en kleuriger dan de
andere! We zien regenboogvissen, dikke gele vissen, slangachtige
vissen, kleurrijke anemonen en zeeëgels. Felrode zeesterren
liggen op de bodem tussen het wuivende koraal en voor je het
weet bevindt je je midden in een school 'zebra'visjes.
Na
ruim een uur is de hele groep weer terug op de boot en varen
we naar de kust voor de lunch. In tegenstelling tot de scherpe
steentjes en rotsstukken bij het strand voor ons hotel, bestaat
de zeebodem hier uit zacht zand, en ook het water voelt een
stuk warmer aan. Zelfs het zand is zo mogelijk nog witter
en zo fijn als poeder. Een paradijselijke plek waar we met
tegenzin halverwege de middag weer vertrekken. Ditmaal wordt
het zeil gestreken en met het zachte gesputter van de motor
op de achtergrond, laten we ons rustig terug naar Nungwi varen...
Naar boven
Donderdag, 26 juli 2007
"Jambo, habari?"
- "Mzuri."
"Do you want to go for a snorkeling tour? We leave tomorrow,
cheap price for you."
Dit
gesprekje herhaalt zich een keer of tien wanneer we langs
het strand naar Nungwi lopen. Helaas voor de beachboys hebben
wij genoeg georganiseerde tours voor deze week gehad en moeten
we hen vriendelijk bedanken met "hapana".
Ook vandaag vermaken we ons weer prima
met lekker luieren aan het strand, een boek lezen in de hangmat,
slenteren door de branding en lekker eten bij maanlicht. Zanzibar
is echt een paradijs in de Indische Oceaan! Waar overigens
maar weinig toeristen bij stilstaan is dat dezelfde zee als
waar ze overdag in zwemmen, tevens als openbaar toilet van
de plaatselijke bevolking dienst doet. Zodra de zon onder
is, komen de lokalen in groepjes het strand op, om hun behoefte
ongegeneerd in de branding te doen. En nog steeds is de zee
prachtig blauw en schittert het heldere water in de stralen
van de zon...
Vrijdag, 27 juli
2007
De
laatste volle dag op Zanzibar! Omdat we graag wat meer van
het eiland willen zien, hebben we voor vandaag een motor geregeld.
We nemen de enige weg naar het zuiden en slaan vervolgens
linksaf om aan de oostkust uit te komen. Matemwe ligt zo’n
tien kilometer ten zuiden van Nungwi en is een traditioneel
vissersplaatsje met kleine huisjes en wuivende palmbomen.
We nemen een kijkje op het strand waar voornamelijk lokale
vissersmannen bezig zijn. In het water liggen een paar verlaten
dhows en ngalawa’s (handgemaakte kano's).
De
hoofdweg op het eiland is grotendeels bedekt met een strakke
laag asfalt dat slechts hier en daar wat barsten vertoont.
Een aangename afwisseling! Ook het verkeer is gering, maar
desondanks hebben we regelmatig met obstakels te maken, in
de vorm van hinderlijke politie check-points waar we stuk
voor stuk worden aangehouden. Twee mzungu’s op een motor
zijn natuurlijk véél interessanter dan de vrachtwagentjes
die elke dag langs tuffen. Een gesprek gaat dan ook standaard
als volgt: “Where do you come from?““Where
are you going?”“Can I see your license?”
Gelukkig zijn we zo slim geweest om een lokaal rijbewijs te
regelen voor 10 dollar, want zodra dit papiertje gehoorzaam
te voorschijn wordt gehaald, slinkt de interesse aanzienlijk.
Met een handgebaar laten ze ons weten dat we door mogen rijden
en moeten we de moeilijk startende motor weer aan de praat
zien te krijgen.
Vanuit
Matemwe rijden we naar het zuiden, passeren we Pwani Mchangani
en vele grote resorts aan de kust gelegen. Negen kilometer
verder ligt Kiwengwa; een klein kustplaatsje met prachtig
strand en een paar grote, exclusieve, Italiaanse all-inclusive
resorts. We komen uit bij een ‘souvenirsdorpje’
met nauw aaneengesloten toeristenwinkeltjes en hier een daar
een eetkraampje. Groepjes Masai-vrouwen
en hun kinderen zitten in de schaduw van palmbomen sieraden
te maken, terwijl de Masai-mannen op het strand lopen, met
de onmiskenbare taak om de toeristen te vermaken. Ongetwijfeld
spreken ook zij vloeiend Italiaans!
We kopen een soda bij één
van de stalletjes en gaan op het strand zitten, ondertussen
het schouwspel om ons heen in ons opnemend. Ook de motor kan
wel wat vloeistof gebruiken, maar omdat er hier niets te krijgen
is, moeten we het binnenland weer in. Via de hoofdweg rijden
we verder naar het zuiden; een slingerende weg door een prachtige
omgeving, met veel groen, palmbomen en vrolijke kinderen die
staan te zwaaien.
De
weg eindigt in Chwaka: een grote vissersplaats met uitzicht
op een wijde baai omzoomd door mangrovemoerassen. In het begin
van de 19e eeuw was het een belangrijke haven voor de export
van slaven naar het Midden-Oosten. Later werd het een populaire
vakantiebestemming voor de Britse kolonisten en hun grote,
verlaten villa's staan nog steeds langs de kust.
Tegenwoordig is er niet veel meer
te beleven, op een grote vismarkt na, en is het vooral vergane
glorie dat het plaatsje kenmerkt. We lunchen bij één
van de twee nog aanwezige hotels en gaan dan snel weer op
weg richting Jozani Forest. Helaas worden we na een paar kilometer
weer gedwongen om te stoppen; ditmaal niet door een politieman,
maar een lekke band. Gelukkig trekken mzungu’s ook hier
op Zanzibar direct de aandacht van lokalen en voor we het
weten staat onze motor al bij een winkeltje geparkeerd, met
een paar behulpzame mannen eromheen die beweren dat ze de
band wel kunnen plakken. Terwijl ze aan de slag gaan en ondertussen
een geanimeerd gesprek voeren (uiteraard in het niet voor
ons te volgen Swahili) verzamelen er zich gedurende het volgende
uur steeds meer mensen om ons heen. En ja hoor, de mannen
slagen met het beperkte gereedschap erin om de band te maken,
nog vrij snel en netjes ook!
We verwachten een astronomisch hoog
bedrag te moeten betalen als vergoeding voor hun werk. En
natuurlijk staan degene die er als laatste bij zijn gekomen,
en absoluut geen vinger hebben uitgestoken, meteen vooraan
om mee te profiteren van het bezoek van de mzungu’s.
De 10,000 Tsh (8 dollar) valt ons echter mee en aangezien
we toch niet kleiner hebben, betalen we hen het gevraagde
bedrag. Het briefgeld wordt onder luid gejuich in ontvangst
genomen, wat nogmaals benadrukt hoeveel de betekenis van een
simpel briefje kan verschillen. Naar hun opvattingen is het
ongetwijfeld een belachelijk hoge vergoeding voor het plakken
van band en gelijk aan een halve maand werken. Maar als we
toch geld moeten achterlaten op het eiland, dan het liefst
bij dit soort mensen; zij hebben het duidelijk ’t hardste
nodig én hebben zich er ook nog eens aardig voor uitgesloofd.
We
rijden terug naar het noorden waarbij we de oostkustweg weer
volgen. In Pongwe kunnen we het niet laten om weer even bij
het strand te stoppen. Het is een klein dorpje dat maar weinig
toeristen kent, maar het heeft een idyllisch wit zandstrand,
weelderig omringd door palmbomen. Dichter bij Nungwi ligt
Kendwa, een klein toeristisch plaatsje dat ook over een schitterend
strand zou moeten beschikken. Een zeer hobbelige weg leidt
ons naar de kust maar nergen komen we bij het beloofde strand
uit; overal stuiten we op gesloten hekken van hotels en guesthouses!
We rijden de laatste paar kilometers terug naar Nungwi en
nadat we de motor netjes hebben afgeleverd, sluiten we de
mooie dag af op een terrasje met uitzicht op de ondergaande
zon.
Zaterdag, 28
juli 2007
We
genieten nog even van de ochtendzon, maken een laatste, korte
wandeling over het strand en rond het middaguur worden we
door de eigenaar van het resort naar Stone Town gebracht.
Eenmaal op het vliegveld blijkt er al een lange rij te staan
voor de incheckbalie van Kenya Airways; een rij die ook áchter
ons alsmaar blijft groeien. Met een Afrikaanse efficiëntie
worden de reizigers één voor één
geholpen en tegen de tijd dat we ingecheckt zijn kunnen we
al meteen het vliegtuig in stappen.
En
zoals met alles is ook aan ons verblijf op Zanzibar een eind
gekomen. Het voordeel dat wij echter hebben is dat we niet
naar Nederland hoeven terug te keren. Ons "thuis"
ligt (voorlopig) in Oeganda, waar we in feite onze vakantie
gewoon doorzetten!
Naar boven
|